De goede fee

Jacinda1537547198384 (1)We rijden over de West Gate Bridge richting Melbourne, na een picknick bij Hanging Rock. Links van ons schreeuwt de stad. De ene wolkenkrabber nog hoger, glanzender en onnodiger dan de andere. Aan de horizon gloort de gele gloed van een smogdeken. Onze auto rijdt slaafs mee in de oneindige monotone stroom van de andere blikken doosjes achter, voor en naast ons.

De kinderen slapen op de achterbank. Tris zucht zijn ‘what-the-fuck-is-going-on-with-the-world?!’- zucht. ‘Ik zeg het je!’ waarschuwt hij, half-schertsend, ‘we zijn onszelf aan het uitroeien als we zo doorgaan. De mensheid overleeft dit niet.’ En bij een rood stoplicht: ‘Over duizenden jaren is er een een nieuwe vorm van leven op de aarde en die gaat dan, net als met de dinosaurussen, uitzoeken hoe wij verdwenen zijn. En dan zeggen de ouders van die nieuwe levensvorm tegen hun kinderen: “Ooit woonden er ménsen op deze planeet. En die ménsen creëerden een monster. En dat monster heette Economy en was onzichtbaar en heel gevaarlijk. En uiteindelijk heeft dat monster álle mensen doodgemaakt!”’

Ik lach. We moeten toch blijven lachen, zo vlak voor de zondvloed? En ik probeer een vrolijke kwinkslag aan zijn sprookje te geven: ‘Maar er was één eilandje op die planeet waar de mensen wél bleven leven. Want op dat eilandje woonde de goede fee Jacinda. En met haar toverstaf verspreidde ze glittertjes geluk en die zorgden ervoor dat het Monster Economy op haar eiland een líef, klein monstertje bleef.’

Dan zijn we stil. Het was half-grappig bedoeld. Maar het is 17 maart en sinds 15 maart is even niets meer grappig. De aanslag in Christchurch leeft in ieders hoofd. Dat deze aanslag juíst in Nieuw-Zeeland, het land van premier Jacinda Ardern (38) is gebeurd, maakt de schok misschien nog wel groter. Dat kleine land van vriendelijke mensen, waar ‘easy going’ nog echt bestaat, waar ‘er voor elkaar zijn’ eerder regel is dan uitzondering. Dat land met een leider die pleit voor ‘an economics of kindness. In haar toespraak direct na de aanslag zei Ardern dat haar land staat voor diversiteit, vriendelijkheid en compassie. ‘Die waarden laten wij niet wijken door deze aanslag.’ En op de dag van ons bezoekje naar Hanging Rock kondigt ze al aan per direct paal en perk te stellen aan het wapenbezit in Nieuw-Zeeland. Empathisch én daadkrachtig.

ardern-gayford-neve-UN-reuters-1120Ook mijn Australische schoonfamilie volgt premier Ardern vol bewondering. Ze was 37 toen ze op 26 October 2017 aantrad. Nog geen jaar later schonk ze het leven aan haar eerste kind, dochter Neve Te Ahora. Zoals de halve wereld vond ook mijn schoonfamilie het prachtig dat Ardern in september 2018 haar baby meenam naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York. Ze gaf nog borstvoeding en kent haar prioriteiten. Haar man, die thuis ook de meeste zorg draagt voor hun kind, was ook van de partij. Ardern wordt wel de anti-Trump genoemd; progressief en begaan met het klimaat, sociale ongelijkheid, armoede en toekomstperspectieven voor de jeugd. Ze is voorstander van abortus en het homohuwelijk en heeft voor 2020 een referendum over de legalisering van cannabis aangekondigd. Ook wil ze meer vluchtelingen in Nieuw-Zeeland toelaten.

Veel Australiërs zijn stiekem een beetje jaloers op die coole premier van onze buren. Want voor al die progressieve Australiërs – en dat zijn er vooral in de grote steden veel- is het pijnlijk te zien hoe de regering er hier op veel van bovenstaande punten een gigantisch potje van maakt. (Dus hé Jacinda, goede fee, tover je buren ook eens zo’n premier!)

Dat Ardern ook in tijden van grote crisis overeind weet te blijven, of eigenlijk, nog sterker wordt, heeft ze rondom de aanslag meer dan bewezen. Haar krachtigste wapen: empathie. Kort na de aanslag vond ze meteen de juiste woorden met haar ‘They are us’ uitspraak, doelend op de slachtoffers van de aanslag, veelal immigrant. En een paar dagen later zei ze in het parlement dat ze de naam van de dader van de aanslag nooit zou uitspreken. Ze moedigde anderen aan haar voorbeeld te volgen: ‘geen naam, geen faam’. In plaats daarvan vroeg ze mensen de namen van de slachtoffers te blijven noemen.

Jacinda Ardern Barack Obama Visits New Zealand CDQs2M7sfOwl

Nog even en dan is misschien ook deze aanslag er één in het rijtje van vele geworden. Wat ik hoop is dat als de media-aandacht rondom Christchurch is verstomd, de aandacht voor Jacinda Ardern ook in het buitenland blijft bestaan. Niet alleen is zij een lot uit de loterij voor Nieuw-Zeeland. Ze is ook een voorbeeld voor regeringsleiders wereldwijd. Ze is daadkrachtig, empathisch én stelt het welzijn van mensen als graadmeter voor succes, niet de groei van de economie. En dat is nu precies wat we nodig hebben om het nog een hele tijd een beetje gezellig te hebben op deze planeet.

Advertisements

Het buurmeisje, de nicht en de held

En zo gebeurde het dat ik binnen een maand tijd twee vrouwen kon omhelzen die ik in Nederland al in geen jaren meer had gezien. Het bijzondere van het geval was, dat als ik niet naar de andere kant van de wereld was verhuisd, dit nooit had plaatsgevonden. Zeker niet op dat moment.

In januari zag ik na meer dan twintig jaar mijn oude buurmeisje en oppas Kitty weer terug. En in februari heb ik hier in Brighton tot middernacht zitten kletsen met mijn nicht Marie-Claire, die ik al ruim zeven jaar niet meer had gezien. Voor beide reünies mag ik mijn zus Mijke bedanken. Eind 2018 krijgt ze in Nederland een nieuwe collega en van zijn naam kunnen er geen twee zijn: die Lex F. móet wel onze oude buurjongen uit Huissen zijn! En jawel, hoor. Enig gegoogel leert Mijk dat zijn zus Kitty alweer 8 jaar in Nieuw-Zeeland woont. Via haar nieuwe collega Lex zorgt ze dat ze aan Kitty’s contactgegevens komt.

En zo krijg ik begin januari een enthousiast bericht van Kitty. Ze blijkt nét op dat moment, voor het éérst sinds ze in Nieuw-Zeeland woont, in Australië te zijn. De timing had niet beter gekund. Kitty is maar even in Melbourne, maar deze kans om elkaar weer te zien kunnen we niet laten schieten. Even lijkt het er zelfs op dat we een grote reünie kunnen hebben met mijn ouders erbij, die ook net op dat moment bij ons op bezoek zijn. Maar logistiek redt Kitty dat allemaal niet meer in de korte tijd die ze heeft. Dus spreken wij, Kitty en ik met de kids, om half 4 af in de Ian Potter Foundation Children’s Garden van de Botanische Tuinen.

Het is een hete dag. Als Kitty het hek doorloopt, herken ik haar meteen. Ik heb ook nog een heldere stemherinnering van haar. Zodra ze begint te praten, blijkt die herinnering te kloppen. We hebben maar een paar uurtjes tijd. Kostbare uurtjes. Kletsen over vroeger in de Landslag in Huissen en over onze emigratie. Letterlijk naast elkaar opgegroeid. En nu op een bepaalde manier onverwacht weer buren geworden, al is 1 eiland verder net iets langer reizen dan één huisdeur verder.

Twee kletsende dames is het summum van saai als je 4 en 6 bent, het veel te warm hebt en ook nog eens hongerig bent. Dus ik probeer Pip en Midas zoet te houden met lolly’s want alle snacks zijn inmiddels op. We wandelen door de tuinen en tijdens het delen van flarden uit ons leven realiseer ik mij opeens: dit is de eerste keer dat wij praten als twee vróuwen. Eerst was er het meisje Kitty en de baby Lieke, toen was er de puber Kitty en het meisje Lieke, toen was er de studente Kitty en de tiener Lieke. Altijd had ik bewonderend opgekeken naar die oudere, wijzere Kitty, ook toen ik als tiener al, met mijn 1.80 meter, boven haar uittorende. Ooit als tiener, toen ze in Breda op bezoek kwam, had ik mijn best gedaan om nét zo volwassen te lijken als zij. Ik zie ons nog ergens in een café staan. Ik wilde stoer een wijntje of een biertje bestellen voor ons, zo alsof ik dat elke week wel deed. Kitty bestelde een ‘bessenjenever’ (heel Huissens). Lichte paniek bij mij omdat ik dacht dat ze dat in Breda misschien niet zouden hebben. Tuurlijk hadden ze het wel. En in mijn tienerbeleving leverde ik daar ter plekke met mijn gestuntel hét bewijs dat ik écht nog geen idee had van de wereld van de volwassenen.

Maar hier in Melbourne dus, zitten we nu als twee vróuwen te kletsen. Allebei een man en een mooi gezin, allebei al een carrière van jaren achter de rug, allebei zoveel plannen voor de toekomst, allebei op ons 41e naar de andere kant van de wereld geëmigreerd. Pippa en Midas houden zich kranig in de hitte en grijpen af en toe ook hun momentje verdiende aandacht. Pip kan niet wachten Kitty de kikkervisjes in de vijver in de kindertuin te laten zien. En daar zitten ze even later met zijn drietjes, Kitty, Midas en Pippa, op de rand van het vijvertje, met de blote voeten in het water, in het Nederlands te babbelen over de kikkervisjes die langs hun enkels zwemmen. De zon maakt gouden strepen in hun haar. Het kroost dat op de vijver drijft, lijkt die middag groener dan anders. Opeens raak ik ontroerd door dat plaatje. En ik wens dat we nog veel langer hadden om te praten.

Op Facebook ontdekt mijn zus rond die tijd dat onze nicht Marie-Claire op vrijdag 22 februari zal optreden in The Forum in Melbourne. Marie-Claire woont, na jaren New York, alweer een jaar of tien in Duitsland. Ze treedt nog regelmatig op onder haar artiestennaam Amber. Als Amber had ze in de jaren negentig hits als This is your night en Sexual (li da di). En aangezien de jaren negentig nu minstens zo cool retro zijn als de jaren tachtig, tourt ze nu samen met ‘I think we’re alone now’ Tiffany als support act van Bananarama door Australië. Op 5 januari appt Mijk: ‘Ooooo Liek, dat was leuk geweest als we samen met Kyk (mijn jongste zusje) hadden kunnen gaan… maar jij kan :-)!’ Dat kan ik me inderdaad helemaal voorstellen, de drie zussen lekker los op eighties en nineties hits. Maar even lekker bijkletsen met mijn grote nicht die ik in Nederland ook véél te weinig zag, lijkt me ook geweldig. Twee dagen later stuur ik haar een mail. Ze reageert meteen en binnen de kortste keren heeft ze geregeld dat Tris en ik naar haar optreden kunnen. We spreken af dat zodra ze in Australië is en meer over haar programma bekend is, we een echte date zullen plannen.

En zo haal ik haar dan de dag voor haar optreden met de kids in de bakfiets op van station Middle Brighton. Ook Marie-Claire herken ik meteen, zonnebril op en de haren strak naar achteren. Over Church Street lopen we naar ons appartement. Kletsen: non-stop. We zitten in onze tuin, we wandelen over het strand, we hangen rond bij de Brighton Bathing Boxes, we eten lasagne aan de grote tafel en al die tijd tetteren de twee nichten elkaar de oren van de kop, waarbij Marie-Claire, die het grootste deel van haar leven in Duitsland woonde, vaak Nederlandse woorden gebruikt die voor mij een komische reis naar het verleden zijn: woorden als ‘del’ en ‘nuilen’ en ‘mafkezen’. Ze is ook een geweldige verhalenverteller. Hilarisch hoogtepunt: het verhaal over het reisje van haar en haar broer Boudewijn naar het Heino Hotel, voor zijn 50e verjaardag. De échte Heino was die dagen overal waar zij waren: in de hotelkamer, in de ontbijtzaal, optredend op het dorpsplein, nog net niet op de WC. Een Heino-overload! Het lijkt wel of ik erbij ben als ze het allemaal vertelt. Op mijn verlanglijstje staat het nu zeker: een bezoek aan het Historisches Kurhaus in Bad Münstereifel!

Pip en Midas vinden het fantastisch, zo’n nieuwe vriendin, en doen er begrijpelijkerwijs alles aan om ook háár aandacht te krijgen. Tussen het getetter van de twee nichten door lukt dat ze aardig en wordt Marie-Claire respectievelijk als klimrek en testpubliek voor nieuwe vieze woorden (categorie poep -en-plas-en-scheet) gebruikt. Pas na negenen liggen ze in bed. Als Marie-Claire ze nog even welterusten komt zeggen krijgt ze van allebei een hele dikke lange knuffel. Midas zegt: ‘Ik wil dat Marie-Claire morgen weer komt!’

De volgende avond zijn Tris en ik in The Forum. De nuchtere Marie-Claire, de avond ervoor nog in sandalen en spijkerbroek en met vluchtig in de nek samengebonden paardenstaartje, is als Amber op het podium een diva met een enorme bos krullen en hakken waarvan ik bij het aanzien ervan al kramp in mijn kuiten krijg. ‘Tonight is a very special night!’ roept Amber naar het publiek.  ‘Because tonight I have my cousin Lieke in the audience. I haven’t seen her for years. I’m so glad she can be here tonight with her Australian man! Now can you say: “Hello Lieke?” En de zaal roept in koor: ‘Hello Lieke!’

Dan begint Amber haar optreden. Ik zing natuurlijk flink mee met This is your night, dat nummer uit mijn studententijd in Rotterdam. Naast mij staat een man die steeds keihard verzoekummertjes roept. En als Amber het nummer Sexual inzet gaat er een gejuich op uit de zaal. Ik wist wel dat mijn nicht grote hits heeft gehad. Maar dat ze anno 2019 in Australië nog zo bekend is, daar had ik geen idee van.

P1020800

Backstage met Amber en Tiffany

De volgende dag rijden Tris en ik naar The Melbourne Zoo. Mijn grote muzikale held Rufus Wainwright treedt daar op. Eigenlijk past Rufus wel in het rijtje van Kitty en Marie-Claire, want ook hem heb ik alweer een jaar of twaalf geleden voor het laatst live gezien. Als een groupie volgde ik hem jaren van stad naar stad. Zijn albums Want I en Want II draaide ik op repeat in de week in Barcelona waarin ik Tris ontmoette. Zijn muziek heeft een grote hitnotering in de soundtrack van ons eerste jaar samen. In de auto draai ik vast wat van zijn nummers om in de stemming te komen. Maar in mijn hoofd zit een ander deuntje dat ik er niet meer uit krijg. En voor we het weten, zingen Tris en ik de rest van de rit uit volle borst de hit van Amber:


The way I feel is sexual!!!
It can’t just be intellectual!!!

We zijn, zoals is te verwachten van een echte groupie, onder de eersten die staan te wachten bij de ingang. Rufus doet al een soundcheck. Zijn stem galmt over de parkeerplaats maar zien doen we nog niets. Ik ben als een kind dat naar de dierentuin gaat en dat, terwijl het in de rij staat te wachten op zijn kaartje, al een olifant hoort schreeuwen. Datzelfde gevoel van opwinding en lekkere spanning en ongeduld.


Door de tassencontrole naar binnen.
Met picknickkleedje, kaas, crackers en rode wijn bijna vooraan bij het podium gaan zitten.
Binnen een half uur zitten we in een kleurige zee van picknickkleedjes.
Het voorprogramma van Mojo Juju is geëngageerd. De thema’s zijn zwart maar de toon is humoristisch en optimistisch. Zodra Mojo het podium verlaat is daar weer die lekkere spanning van het wachten op die muzikale held. Op muziek die daar, op dat moment, iets verandert in jou. Muziek die niet gewoon ‘leuk’ is, of ‘mooi’, maar die iets binnen in je raakt waardoor je volledig in dát moment kunt zijn. En dat gebeurt die avond. Rufus herinnert me er tijdens zijn concert in al zijn flamboyante integriteit (dat klinkt tegenstrijdig maar dat is precies wat ik bedoel) weer precies aan waarom ik hem zo
gruwelijk
geweldig
goed
vind.

Een reünie met het buurmeisje, de nicht en de muzikale held.

Een mooie hattrick. En de derde maand van 2019 was nog niet eens begonnen.

Zeven pieten

Aan het ontbijt vertelt Midas dat hij maar niet in slaap kon komen vannacht: ‘De pieten where making too much noise!’ In detail vertelt hij wat die pieten die nacht hebben gezegd: ‘They said: “Let’s make a mess!” En ook: “Let’s play with the Lego and pack it up again!” Het is Midas blijkbaar niet ontgaan dat zijn legoblokjes, in tegenstelling tot ander speelgoed en boeken en dvd’s, níet over de grond verspreid liggen. Want Pip en Midas hebben die ochtend beneden het huis in een gigantische puinhoop aangetroffen (meer nog dan normaal gesproken bedoel ik dan). Rommelpiet heeft weer eens huisgehouden, dit jaar met een aantal pieten-in-opleiding.

Pippa heeft met een mengeling van opwinding en jaloezie naar Midas verhalen zitten luisteren. Dat maakt Midas overmoedig. Hij doet er nog een schepje bovenop: ‘En toen ben ik mídden in de nacht naar beneden gegaan en heb ik de pieten gezien!’ De uitdrukking op Pippa’s gezicht verandert voor mijn ogen van opwinding in ongeloof: ‘Nou, dát geloof ik dus niet! Je durfde vanochtend niet eens zonder mij naar je schoen te gaan kijken. Dan durf je écht niet in het donker in je eentje naar beneden te gaan, hoor!’ Ja, voor een logische redenering of praktische verklaring kun je altijd bij Pippa terecht.DSC01903Begin november had ik er een hard hoofd in dat de Sinterklaas-stemming in 2018 zou gaan heersen in huize Raulings-Janssen. Geen vriendjes en vriendinnetjes om elkaar gek te maken, geen versierde etalages, geen sinterklaasliedjes in de warenhuizen, geen pieten-knutselwerkjes op school en Kindy. Mijn zorgen bleken weer eens ongegrond. Ik had het Geloof van Pippa en Midas onderschat. Net als vorig jaar zaten ze er na één aflevering van het Sinterklaas Journaal weer he-le-maal in.

Ze maken er deze Sinterklaastijd een sport van aan elke Australiër uit te leggen wie Sinterklaas is. ‘No, it’s not Santa Claus! Sinterkláás! He’s a different man but they are good friends because they both have white beards.’ Het verhaal over ‘The Helpers’ is al net zo verwarrend voor een Australiër. ‘Ah, did the Elfs put something in your shoe?’ zegt een buurvrouw. ‘Nooo, it’s not the elfs! They are Piets!’ Op een middag wil Pippa haar beste vriendin Evie B. (niet te verwarren met Evie J., Evie D., Evie C. en Big Evie) graag laten zien wie die bijzondere meneer met witte baard wel is. De intocht van Sinterklaas in Zaanstad moet Pippa’s vriendin inzicht verschaffen in de Nederlandse folklore rondom de bisschop van Myra. Terwijl ze op de computer Dieuwertje Blok zien babbelen, geef ik ze wat pepernoten in een bakje. Dat heeft Evie nog nooit gezien. Ze steekt er een paar tegelijk in haar mond en terwijl haar bakje nog halfvol is vraagt ze: ‘Can I have some more lollies when I have finished these?’ Of dat met de smaak van de pepernoten te maken heeft is discutabel want Evie heeft altijd honger. Ze is een grote, stevige meid met een heerlijk brutaal gezicht. Haar rode bolle wangen maken halve maantjes van haar ogen en haar paardenstaart heeft precies dezelfde kleur als die van Pippa. Als ze bij ons thuis komt, trekt ze gerust de koelkast open op zoek naar meer lekkers en regelmatig hoor ik haar tegen Pippa fluisteren: ‘Go ask your mum for some more lollies!MV5BZmZhYzFmMzktNDA4OC00MmQ0LWJjNDAtZTA2NWVkNGQ1NTE5XkEyXkFqcGdeQXVyNTk5ODg4NDA@._V1_De intocht blijkt onderhoudender voor Evie dan ik had gedacht. Alles in die vreemde taal en dan ook nog eens die mannetjes in gekke pakjes met vegen op hun gezicht. Na een kleine tien minuten wordt ze toch wat ongeduldig: ‘Now whére is that special man? I can’t see him!’ Dan eindelijk verschijnt Sint naast hoofdpiet in de stuurhut van de stoomboot. ‘That’s him!’ roept Pip en ze struikelt over haar woorden als ze probeert uit te leggen over welke fantastische kwaliteiten deze man allemaal beschikt. Als Pip vertelt dat je een brief in je schoen kan doen waarin je schrijft wat je allemaal wilt hebben en dat je dat dan misschien ook wel krijgt, springt Evie op en met vuur in haar ogen zoekt ze om haar heen: “I need a pen, I need a pen, have you got a pen, Pippa’s mum?´ Want er moet een brief geschreven worden aan Sinterklaas, en wel nu! Want als er cadeaus in het spel zijn… Maar Pip haalt haar meteen uit de droom. Ze zegt dat Sinterklaas alleen maar voor ‘Dutch children’ is. ‘And he can only read Dutch and you can’t write Dutch!’ De ontluistering is gelukkig niet heel groot met de Kerstman om de hoek.

Dat Sint en de pieten alleen Nederlands kunnen is Pippa’s vaste overtuiging. En daarmee heeft ze voor haar en Midas een probleem gecreëerd. Er zijn zorgen dat ze niet naar de pieten kunnen communiceren wat hun wensen zijn. Mij komt dit goed uit want Midas ziet zich nu gedwongen meer Nederlands te praten, iets wat hem meer moeite kost dan Pippa, die in Australië arriveerde met een veel steviger basis van haar moedertaal. Nu zit hij in de open haard te roepen:

‘Piet! Ik wil een autootje met…’

‘Mama, wat is remote control in Dutch?’

‘Afstandsbediening.’

‘Oh ja, absadiening. Piet! Ik wil een autootje met absadiening met een poppetje met een..’

‘Mama, what is helmet in Dutch?’

‘Helm.’

‘Oh ja, helm. Piet! ik wil een autootje met absadiening met een poppetje met een helm op… Alsjeblieft!’

Dat Nederlands van hem komt wel weer. Voor nu ben ik de Pieten dankbaar voor hun hulp bij mijn taalonderwijspogingen.

Bij Pip gaan de zorgen vooral om het schrijven en lezen. Nederlands praten doet ze perfect, maar schrijven en lezen doet ze in Engels. Dus met onze hulp schrijft ze Nederlandse briefjes voor de pieten. Op een avond zet ze in haar slaapkamer stiekem (ze heeft namelijk al twee avonden ervoor haar schoentje gezet en mama denkt dat de pieten wel even rust hebben verdiend) haar schoentje met een brief erin: ‘Ik hoop dat you wille echt oorbellen.’ In de ochtend is de brief verdwenen. Maar in Pips schoen zit alleen een chocoladekikker. You can’t always get what you want. En zo is die hele Sinterklaastijd een milde miniversie van het echte leven, inclusief teleurstellingen, euforie, opwinding, spanning, boosheid en plezier.

In de boekjes met Sinterklaas-liedjes wijst Pip dit jaar terwijl we zingen ijverig mee met de Nederlandse woorden. Zo maakt ze nu al de linken tussen woordbeeld en klanken, die zo anders zijn dan in het Engels. En Midas zingt ondertussen de hele dag zijn favoriete Sinterklaasliedje:

‘Sinterklaas Kapoentje

Put some in my schoentje

Put some in my laarsje

Dank u, Sinterklaasje!’

Pip zingt ook regelmatig zelfbedachte Sint-liedjes, zoals: ‘Lieve Sinterklaas, kom je please bij mij langs? En krijg ik dan een cadeau? Dan denk ik zooohooo! But if you don’t, I’ll be cross and I won’t give you one!’ Daarna een stilte…Vanaf de gang hoor ik haar denken. Sinterklaas een beetje bedreigen? Dat is niet helemaal kosher, toch? Dan hoor ik haar hard roepen, richting plafond: ‘Si-hìììnt! It’s just a song! I am just making it up, it’s not real, Sint!’ Tja, je moet natuurlijk niet je eigen glazen gaan ingooien zo vlak voor pakjesavond.

Ook het bezoek van Sint aan de Abel Tasman Dutch Club de dag vóór onze pakjesochtend is weer een groot succes. Vanwege de vertraagde levering van pepernoten en chocoladeletters heeft de organisatie het feest en paar weken moeten uitstellen (dit is echt waar, geen Sinterklaas-journaal-verhaallijn) Maar op 1 december is hij daar dan eindelijk toch, met een hele club pieten, waaronder Hoofd Piet, Dans Piet, Insta-Piet , Coole Piet en Offline Piet. Pip en Midas krijgen een cadeautje en een chocoladeletter en Tris en ik geven onszelf La Trappe, Bavaria en Heineken bier cadeau en een broodje kroket en een frikadel speciaal.

De volgende dag zal, als de pieten hun werk goed doen, ‘The Big Day’ zijn (zoals Pippa pakjesavond heeft omgedoopt.) Normaal gesproken zouden Pip en Midas na zo’n intensieve dag als in de Abel Tasman Dutch Club als een blok in slaap vallen. Vanavond niet. Verhaaltjes, liedjes, samen liggen, niets helpt. Weer even naar beneden dan maar. Knuffelen. Televisie. En dan weer proberen. Pip begint te huilen: ‘Ik ben zo bang dat ze niet kóóóómen! Want ze komen alleen als de kinderen slapen maar wat nu als ik écht niet kan slapen?’ Dan, eindelijk, wint de vermoeidheid het toch van de spanning en de zorgen en zakken beiden weg in een hele diepe slaap. Nu kunnen de pieten eindelijk aan hun belangrijke taak beginnen.45246277865_dadcc53817_kOm zes uur staan die twee al aan ons bed te trappelen. We moeten heel gauw komen kijken want er staan twee héle grote zakken vol cadeaus beneden! Het wordt een memorabele pakjesochtend. Het hoogtepunt voor Pippa zijn roze rolschaatsen met glitters en voor Midas ‘het autootje met de absadiening met het mannetje met helmpje op’. Als het feest voorbij is en Pip en Midas al een paar uur zoet zijn geweest met spelen met hun nieuwe speelgoed, vinden we onverwacht op de antieke kast nóg een mini-pietenzakje met een gedicht erin. Via het gedicht worden we op een speurtocht door het huis en de voortuin geleid. Dan sturen de pieten ons via een laatste aanwijzing in de brievenbus naar onze achtertuin. Pip en Midas duwen tegelijk de tuindeur open en schreeuwen het net zo tegelijk uit als ze daar een ENORME trampoline zien staan. Ze klimmen er meteen op en roepen springend zo hard ze kunnen: ‘Dank je wel lieve pieten! Dank je wel!’

‘Mogen we hem echt houden?’, vraagt Pip.

‘Ja.’

‘Willen de pieten hem dan niet terug hebben?’

‘Nee, het is toch een cadeau? Een cadeau mag je houden.’

‘Forever and ever and EVER?!’

‘Voor altijd.’

‘Joepieieieieie!’

Pippa kan het niet bevatten: ‘Het is net alsof ik in een droom ben,’ zegt ze. Ik snap haar helemaal. En ben ontroerd door de puurheid van haar kindergeluk.

Al drie dagen speculeren we nu hoe die pieten dat toch in vredesnaam geflikt hebben? Zo’n loei van een trampoline in de tuin krijgen zonder dat we maar iets hebben gehoord of gezien! Helikopters zijn al ter sprake gekomen, illegale klimacties via de tuin van buurvrouw Georgia, spelletjes overgooien, acrobatiek, tovenarij. Eén ding weten we zeker: het waren zéven pieten. Want er zitten zeven palen aan de trampoline. Ja, voor een logische redenering of praktische verklaring kun je altijd bij die kids van ons terecht.

Een onderhoudend praatje over het weer (ja, het kan.)

O, wat is het leven fijn als de zon schijnt.’ Dat liedje van André van Duin zat de afgelopen zonnige weken constant in mijn hoofd. Want o, wat is het leven fijn als de zon schijnt. ‘Als ie boven aan de hemel staat is ‘t net of alles beter gaat, alles ziet er anders uit als de zon schijnt.’

De zingende magpies in de eucalyptusbomen vragen of we weer buiten komen spelen. De ziltige geur van Port Philip Bay vraagt of we weer komen zwemmen. Overal lachende mensen want de zon is hier iedereens beste vriend (zolang je je maar insmeert met Factor 50). Ja, als echte Hollander kom ik er niet onderuit: een praatje over het weer.40641845110_881eb28720_kNu het leven me zo toelacht, vraag ik me soms af of die dip de afgelopen eindeloze winter niet deels ook met het weer te maken had. Natuurlijk was daar die eerste pittige fase van het wennen. Of dat met minder hobbels gepaard was gegaan als we naar een zonniger Australische bestemming zoals Queensland geëmigreerd waren? Wie zal het zeggen. En: who cares?! Het Nu is fantastisch en dáár gaat het om.

Midas plukt elk bloemetje dat hij uit het trottoir ziet groeien. En mijn hart smelt. Hij wijst me opgewonden op elk miertje dat hij over het voetpad ziet kruipen, elk vliegje en vlindertje dat hij tussen de struiken waarneemt. En mijn hart maakt een sprongetje. Heerlijk kind!

Pippa fietst voor mij uit op haar roze fiets het hele stuk van Brighton naar Hampton naar school, de zon al warm in de vroege ochtend. Als we in de middag op de weg terug bij Green Point onze middagsnack eten, rent ze in haar sportuniform twee rondjes door het hele park en komt met gloeiende konen naast me zitten: ‘Mag ik nog een rondje, mama?’ ‘Tuurlijk!’ Prachtmeid!

Yep, de zon maakt me nog zoetsappiger dan ik al ben.

Op een ochtend in mei van dit jaar zat ik met mijn Engelse vriendin Gab koffie te drinken in The Spare Room, een café met een overdekte patio met daarin zo’n springkussen met opblaasbare glijbaan en heel veel buitenspeelgoed. Die belofte van ongestoord een kopje koffie kunnen drinken trekt veel ouders met kleine kinderen aan. Ik zat middenin mijn emigranten-dip en hoefde Gab niets te vertellen. Ze heeft het zelf meerdere keren meegemaakt. Ze zei: ‘Trust me, it will get só much better! And after that, it will just be really great.’ Wel gaf ze me een tip mee die me op dat moment nuttig leek, maar de importantie ervan kon ik nog niet helemaal beseffen omdat ik nog geen Melbourne Winter had meegemaakt. Nu ik dat wel heb, zie ik nog meer de waarde van haar eenvoudige aanbeveling: ‘Je moet een PLAN maken om die winter door te komen, maak het leuk! Zorg dat je een paar keer paar maand iets plant: bezoek een winery, ga naar een goed restaurant, vlieg naar de zon in Queensland, vier Christmas in July, heb juíst in de winter je vrienden en familie uit Nederland op bezoek!’ Gab heeft er zelf inmiddels al 14 Melbourne winters opzitten. En mijn eerste winter hier heeft me goed voorbereid op de volgende.

_DSC3468

Met Gab afgelopen zomer na de Kindergarten Christmas party

Mensen die Australië wat minder goed kennen denken soms dat heel Australië surfers paradise is waar je het hele jaar rond met je bruin gebronsde billetjes over het strand kunt paraderen. Nu is dat inderdaad zo voor bepaalde plekken in Australië. In Melbourne kun je dat zo’n 7,5 maanden van het jaar doen en das natuurlijk al heel wat. Maar die andere 4,5 maanden kun je je windjack beter aanhouden. Gechargeerd gezegd zijn de seizoenen in Melbourne zo:

  • Herfst in Melbourne is voor de helft een Nederlandse lente en voor de helft een Nederlandse herfst
  • Winter in Melbourne is een Nederlandse herfst
  • Lente in Melbourne is een Nederlandse zomer
  • Zomer in Melbourne is Zomer met een Z zoals je die in Nederland niet kent.

Effectief heb je in Melbourne in een jaar dus, in Nederlandse begrippen uitgedrukt, geen winter, 4,5 maanden herfst, 1,5 maanden lente en 6 maanden zomer. Nu is Melbourne wel Melbourne en een gevleugeld gezegde hier is: Melbourne is 4-seasons-in-one-day. Daar zijn zelf liedjes over gemaakt. In elk seizoen kan je dus dagelijks verrast worden met grote schommelingen in het weer binnen een paar uur. Zo schoot vandaag de temperatuur van rond 11 uur nog 19 graden naar 33 graden even na twaalven. En wel eens gehoord van The Change? Het fenomeen waarbij de temperatuur binnen een paar minuten met wel 15 graden Celsius kan veranderen.

Ik vroeg me na de lange winter wel af waarom die winter hier zo godvergeten lang had geduurd. Een Nederlandse winter kan me niet lang genoeg duren, gezellig! Zelfs als het weer herfstig is, want in je achterhoofd leeft altijd die hoop (en hoop doet leven) op schaatsen onderbinden, koek-en-zopie met je handschoenen aan, sneeuwpoppen bouwen, sneeuwballen gooien en Elfstedentocht. Dan Melbourne: Er is echt níets romantisch aan winter in Melbourne. Iedereen roept wel handenwrijvend: ‘My gòòòd, it’s freeeeeezing!’ maar dat doet het echt niet. Goed koud kan het door de ijzige wind wel zijn en grijs door het dreigende wolkendek zeker. Maar ‘freezing‘? ‘Harden up, Princess!

Een andere reden dat mijn eerste winter in Melbourne maar niet leek op te houden is dat je hier niet de knusse afleiding hebt zoals Sinterklaas, Kerstmis (en al die 24 dagen Advent) en Oud en Nieuw. Al die feesten vallen hier in de zomer.

De laatste reden is: Australiërs zijn niet gewend de seizoenen te omarmen. Het enige dat hier telt is de zon. Zodra er maar een drupje regen valt, trekken Australiërs zich massaal terug in hun niet altijd even goed tegen koud weer bestande huizen. Vanaf het moment dat het koudere weer zich aandient raakt de Australiër in sociaal opzicht in een lange lome winterslaap verzonken. Dus terwijl ik met de kinderen bij 17 graden na school op het – op een groepje Aziatische toeristen na- uitgestorven strand zat te spelen trokken alle Australiërs en geassimileerde emigranten zich terug in hun burchten. (Nu leek assimileren mij altijd al een stap te ver maar na afgelopen winter weet ik zeker dat ik het bij integreren hou en mijn eigen Hollandse ‘eigenaardigheden’, zoals in elk seizoen iets moois vinden, niet vaarwel zal zeggen.)

In de winter dus een winterslaap maar zodra de zon er weer is, begint iedereen enorm zijn best te doen om het leven nóg fijner en vrolijker te maken. De barbecues draaien overuren, de bierverkoop beleeft een gigantische piek en mensen spreken af voor picknicks en avondjes uit. Hoe vaak ik in Melbourne niet te horen kreeg: ‘Zodra het weer beter is, nodigen we jullie uit!’ Dat was dan voor een barbecue, een middagje strand of een wijntje in de tuin. Mijn Hollandse hoofd dacht dan: ‘Waarom kan dat niet in de winter? Dan kan je toch gezellig samen binnen zitten?’ Juíst in de winter, zou ik redeneren. Kaarsjes aan, met beetje geluk een haardvuurtje erbij, lekker warme truien aan, glaasje wijn. Of wat dacht je van afspreken in een knus café of glühwein drinken op een Kerstmarkt? Kerstborrels, Nieuwjaarsborrels. Oh nee, dat vergat ik even, die feestdagen heb je dan niet.

Wat mensen hier wel veel doen is op overwinteringsvakantie van 1 of een paar weken gaan naar het zonnige Queensland, the Goldcoast, naar Bali of Fiji, of, dat geldt voor de vele emigranten hier, naar je zonnige vaderland. En ja, voor de gefortuneerden zit een skivakantie naar bijvoorbeeld Mt Buller (3 uur rijden vanuit Melbourne) er ook nog wel in. Een beetje sneeuwpret om de grijsheid van de Melbourne winter te vergeten. Maar het sociale leven staat in die maanden op een heel laag pitje.

Tegen het einde van mijn eerste winter hier begon ik een “Help-ons-de-Melbourne-winter-door- plan’ te ontwikkelen voor winter 2019. Ik was heel tevreden met de lijst van leuke dingen die we komende winter gaan doen (waaronder natuurlijk veel Christmas in July en een vakantie naar een tropische bestemming). Want daar kwam het plan simpel gezegd op neer: de leuke dingen opzoeken buitenshuis en Gezelligheid creëren binnenshuis. Voor het creëren van een knusse wintersfeer in huis was ik in 2018 al met glans geslaagd, dat zal niemand die mij kent verbazen. Ik bedacht me dat nu alles voor ons wat meer op zijn plek was gevallen hier ik straks ook weer lol zou hebben in huismussen op een koude dag: puzzelen met Midas, boter-kaas-en-eieren met Pippa, ganzenborden, Bingo, wijntje bij een goed boek, biertje bij een lekkere film, taarten bakken, soepen koken. Pffff, straks ging ik nog verlangen naar een regenachtige dag!

En toen opeens herinnerde ik me weer die ochtend in The Spare Room met Gab en realiseerde me dat ik precies had bedacht wat zij me voorafgaand aan mijn eerste winter al als advies had gegeven. Ach, afgelopen winter stond mijn kop met al dat wennen toch niet naar organiseren. Maar voor volgend jaar ben ik er klaar voor. Kom maar op, winter! You won’t beat me this time!

 

Dure koffie

Vier keer per dag was ik erlangs gefietst. Het grote bord van een makelaar waarop de veiling werd aangekondigd van twee strandhuisjes op Dendy Street Beach in Brighton. Het gebeurt maar zelden dat een strandhuisje wordt verkocht. Vaak gaan ze van generatie op generatie over in een familie. Niet dat die er veel gebruik van maakt. Maar het is een leuke investering. En zo’n ouderwetse veiling voor zo’n schaars stukje vastgoed, dat leek me nu een mooie theatervoorstelling.

27886038218_77dbab509f_k

Met Midas had ik de twee te veilen huisjes, nummer 76B en 76C van de grond af opgebouwd zien worden. Als Pippa op school zat, parkeerden we de bakfiets in de berm op Beachroad en liepen dan de 30 meter richting strand. Daar werden de houten geraamtes elke dag een beetje groter, een demonstratie Reuzen-Kapla (Reuspla?)  voor Midas. We hadden de meeuwen ons oud brood gevoerd terwijl de bouwvakkers de huisjes in fris blauw, wit en rood hadden geverfd.

Die rij kleurige strandhuisjes is om mysterieuze redenen één van de toeristische topattracties van Melbourne geworden. Busladingen (90 % Aziatische) toeristen komen er elke dag langs en laten zich fotograferen voor de favoriet, het me de Australische vlag beschilderde huisje. Ooit waren er rondom de baai in Melbourne 1860 strandhuisjes. Vandaag zijn dit er nog 95. In de met de bocht van de baai meebuigende rij huisjes zijn door de jaren heen een aantal gaten ontstaan. De Bayside City Council besloot die gaten op te vullen met nieuw te bouwen strandhuisjes, 8 in totaal, tussen 2013 en 2018, waarvan nummer 76 B en 76 C de op een na laatsten zijn. Begin jaren negentig werd er nog een strandhuisje verkocht voor rond de $12.000. Maar in 2017 was strandhuisje nummer 60 voor $330.000 onder de hamer gegaan. Zou dat record bij deze veiling gebroken gaan worden?

Die vraag is, naast de zeldzaamheid van een veiling van een strandhuisje, vast een reden dat er die vroege zaterdagmiddag van de veiling heel wat nationale en internationale pers rondloopt op het strand. Het is prachtig lenteweer en Pippa en Midas spetteren rond in het water terwijl de makelaars en de veilingmeester, mister Nick Johnston himself, zich opmaken voor het spektakel. Van kruin tot aan hun middel zijn het strak in het pak gestoken zakenmannen. Maar van hun middel tot de tenen zijn het beachboys in kleurige surfshorts en slippers. Eén van de makelaars loopt rond en deelt petjes uit en koffiekoppen met het logo van de zaak. Een andere zet een oversized draagbare CD speler neer, zo eentje waarmee je meestal tieners op het strand ziet. Als hij op play drukt schalt een blikkerige versie van ‘I get around’ van The Beach Boys over het strand.

In Bayside maken home decorators overuren want elk huis dat in de verkoop gaat, krijgt eerst een gigantische facelift waarna de pijnlijk perfect gedecoreerde kamers op foto’s op grote borden in de voortuin worden gepresenteerd aan elke potentiële koper. De strandhuisjes echter zijn niet meer dan een houten doos met 1 vertrek van een paar vierkante meter. Elektriciteit en watervoorzieningen zijn er zelfs niet toegestaan. De decoratie van deze vastgoedinvestering bestaat dan ook uit niet meer dan een paar kleurige handdoeken op het zand voor de mini-veranda. Het heeft iets aandoenlijks hoe die jongens die elke dag miljoenen dollars van eigenaar laten verwisselen hier een paar verwassen handdoekjes neerleggen ter opleuking van de kale dozen. Ik zie het helemaal voor me hoe ze op kantoor hebben overlegd: ‘Ik neem een roze mee en ik heb ook nog wel een leuke met strepen!’ ‘Mooi, ik heb nog wel een blauwe badhanddoek met visjes erop. Is niet meer helemaal nieuw maar kan nog best.’ ‘Jaaa, goed idee man! Dan komen die kopers echt helemaal in zomerstemming!’

Het strandhuisje naast nummer 76C is open en op de veranda zit een man in shorts en met zonnebril nonchalant een flesje sap te drinken terwijl hij de drukte glimlachend gadeslaat. Dat heb ik nu nog nóóit gezien, een strandhuisje dat daadwerkelijk gebruikt wordt waarvoor het bedoeld is. Ik vraag me wantrouwend af of de man bij het ‘complot-sfeerverhoging’ hoort.

Alles lijkt klaar voor de veiling. We waren de eerste aanwezigen geweest maar inmiddels zijn er, schat ik, rond de honderd geïnteresseerden aanwezig. Pippa en Midas hebben nog altijd de grootste lol in het water. Een oude dame slaat het vertederd gade. Onderwijl trippelt een dame van Channel 9 rond om potentiële kopers te interviewen. Zwart kokerrokje, getailleerd jasje in fuchsia, perfect geföhnd haar. Mijn gedachten dwalen af naar Annechien en Astrid die sinds een aantal jaren ook af en toe die Amerikaanse nieuwslezeressen look uitproberen. Maar zij blijven toch die poldertred houden van een KLM stewardess op een missie (bonk, bonK, boNK, bONK, BONK!!!…) terwijl deze Australische dame zich zelfs op het strand raad weet met haar hakschoenen. (Overigens geen kwaad woord over Annechien en Astrid, dat zij zich niet helemaal thuis voelen in die kleding en op die hakken pleit alleen maar voor ze. Maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak). De dame in fuchsia houdt nu de microfoon onder de neus van de meneer naast mij. De cameraman aan haar zijde zakt bijna door zij knieën van het gewicht van de camera op zijn schouder.

27886040058_aa27b5529f_k

Terwijl ze mijn buurman ondervraagt over de reden van zijn aanwezigheid hier doe ik zo onopvallend mogelijk mijn haar een beetje goed. De voor-productie van het TV-interview dat mij zo ten deel gaat vallen is in mijn hoofd in volle gang. Ik bedenk antwoorden met inhoud, originaliteit en humor. Vooral originaliteit is belangrijk. Cliché wordt er vast meteen uitgeknipt. Mijn minute of fame op nationale TV! Fuchsia is klaar. Ik stop nog één keer heimelijk een pluk haar achter mijn oren en schraap onhoorbaar mijn keel. Fuchsia draait zich in onze richting, scant me van top (=zand in springerig haar met uitgegroeide blondering) tot teen (=afgetrapte kistjes) en loopt straal langs me heen om de meneer die rechts naast me staat aan te spreken. OK, ik zie zelf ook wel dat ik niet bepaald in het profiel pas van de gemiddelde Brightonite (als je een strandhuisje wilt bemachtigen moét je, zoals ik, uit Brighton komen). Maar misschien had ik kunnen doorgaan voor verdwaalde rockster of gepensioneerd fotomodel (blijven dromen), die zie je zich wel vaker vestigen in gefortuneerde wijken zoals Primrose Hill in Londen en The Upper East Side in Manhattan.39947390070_560a143efa_k

Dan neemt de veilingmeester zijn microfoon. Na een korte uitleg over hoe de veiling straks in zijn werk gaat begint het verkooppraatje: Je zou wel gék zijn als je vandaag geen bod uitbracht! In Sorento is er laatst nog een strandhuisje voor 7 ton verkocht. Dan is die 330.000 van vorig jaar hier in Brighton toch een koopje?! Over 3 jaar zijn deze huisjes het dubbele waard en dan sla je jezelf voor de kop dat je er niet één hebt gekocht. Een buitenkansje dat je niet wilt missen!Het bieden begint. Het gaat tussen twee bieders. Een derde is al gauw afgehaakt omdat hij vierkant werd uitgelachen met zijn eerste bod van 220.00 dollar. Een stel van begin 50 bemachtigt het eerste huisje. Veilingmeester Nick belooft tijdens het opdrijven van de prijs van het tweede huisje dat hij in Port Phillip Bay zal duiken als een van de bieders 1000 dollar bovenop zijn bod gooit. Dat doet de bieder. Het tweede huisje gaat naar een opa van 10 kleinkinderen die het als verrassing voor hen heeft gekocht. Zijn winnende bod van 337.000 is een nieuw record. Fuchsia is er als de kippen bij om opa te interviewen. De veilingmeester duikt ondertussen met zijn kleren aan de baai in. Wij wandelen over het strand terug naar onze auto voor een tripje naar IKEA. Daar verkopen ze ook houten speelhuisjes. Maar die hebben we niet nodig. Dus we houden het bij een koekenpan, twee thermoglazen en een paar kussenhoezen.

27886035408_3eb76ae6c0_k

Ongeveer 2 maanden later. De laatste tijd kiezen we op weg van school naar huis vaak de twee nieuwe strandhuisjes uit voor het eten van onze snack. We zitten op de kleine veranda van nummer 76C en onze flesjes water en afternoon snacks liggen naast me, net als Pippa’s schooltas en de vestjes en schoenen van de kinderen. Pip en Midas rennen in het zand en ik leun met mijn rug tegen het huisje, opgetrokken knieën, voeten op de veranda. Zo hebben we al ontelbare keren tegen heel wat strandhuisjes aangeleund gezeten maar deze namiddag vraag ik me voor het eerst af: mag dat eigenlijk wel? Die mensen hebben het toch gekocht. Toeristen worden met busladingen tegelijk gedropt bij deze huisjes en laten zich allemaal zittend en staand op de veranda’s ervoor fotograferen. Maar of het officieel mag?

Ik heb de gedachte nog niet afgemaakt of opeens staat daar het echtpaar voor me dat twee maanden eerder het strandhuisje kocht. Nog nooit, met uitzondering van die buurman tijdens de veilingdag, heb ik iemand van een strandhuisje gebruik zien maken. De man van het stel houdt een kartonnen houdertje vast met daarin twee wegwerpbekers koffie (verplicht accessoire voor een Melbournian). Ze werpen mijn verontschuldigingen weg maar ik verplaats mijzelf, inclusief spullen, natuurlijk toch naar nummer 76B. Ik kan mijn enthousiasme niet onderdrukken dat ik de twee eigenaren nu hier tegenkom. Ik vertel ze dat wij ook bij de veiling waren en dat ik erg mooie foto’s heb gemaakt. ‘I can send them to you if you like?’ Ik zou toehappen als ik hun was. Zo’n memorabel moment als het kopen van je eigen strandhuisje op de plaat. Leuk voor de vierde generatie Brighton babies die straks haar surfplankjes en klapstoeltjes erin mag opbergen. Maar de vrouw antwoordt, met een gezicht alsof ik haar net heb aangeboden haar billen voor haar af te vegen: ‘No, thanks.’ Misschien denken ze wel dat ik hen iets wil verkopen. Of misschien was deze aankoop voor hen wel hetzelfde als voor mij de aankoop van een pak elastiekjes (niet echt memorabel). Of misschien hebben ze wel gewoon geen zin in aanspraak. Dat kan natuurlijk ook. Fair enough. Dus ik trek me stilletjes terug op veranda 76B en focus mijn aandacht weer op Pippa en Midas.

Pippa heeft vanachter haar oprijzende zandkasteel onze verhuizing naar 76B inmiddels ook opgemerkt. Door de koffiedrinkende Brightonites wordt ze eraan herinnerd dat huisjes ook eigenaren hebben .‘Ik wil ook zo’n huisje! Koop je ook zo’n huisje voor ons?’ Ik denk praktisch: ‘De enige 2 verschillen tussen kopen en niet kopen zijn: de koffiedrinkende Brightonites zitten ín hun houten doos, wij zitten ervoor en de koffiedrinkende Brightonites hebben hun strandspulletjes ín hun houten doos, wij dragen ze in 1 minuut de weg over van ons huis naar het strand. Spaart je al gauw 337.000 dollar uit. Na 10 minuten is hun koffie op. De Brightonites zetten het hangslot weer op de deur van hun huisje en verlaten het strand. Dure koffie.

Tweede enquête Vertrokken Nederlands nu beschikbaar

Ik-vertrek-zwaaien2Een tweede enquête van het project Vertrokken Nederlands  is nu beschikbaar. Ben je een geëmigreerde Nederlander of Vlaming? Dan zou het tof zijn als je deze enquête (en als je dat nog niet had gedaan ook de eerste enquête die je onderaan deze post vindt) zou willen invullen. Ben je geen emigrant, maar ken je Nederlandse of Vlaamse emigranten? Zou je mijn blog dan aan hen willen doorsturen en vragen of ze de enquêtes willen invullen? Veel dank vast!

De tweede enquête gaat over de Nederlandse cultuur in den vreemde en over behoeftes aan ondersteuning.

De Nederlandstalige enquête is hier te vinden:https://www.meertens.knaw.nl/surveys/index.php/697842/lang-nl

De Engelstalige enquête staat hier: https://www.meertens.knaw.nl/surveys/index.php/566636/lang-en

De eerste enquête is inmiddels meer dan 4000 keer ingevuld. Voor het onderzoek is het belangrijk dat iedereen zoveel mogelijk alle enquêtes invult. Daarom willen we degenen die de eerste enquête over de Nederlandse taal nog niet hebben ingevuld, vragen dat alsnog te doen.

De Nederlandstalige eerste enquête is hier te vinden:https://www.meertens.knaw.nl/surveys/index.php/179127/lang-nl

De Engelstalige variant staat hier: https://www.meertens.knaw.nl/surveys/index.php/785641/lang-en

Meer informatie over het project is te vinden op de projectwebsite Vertrokken Nederlands – Emigrant Dutch(http://www.meertens.knaw.nl/vertrokken-nederlands/ ) en via de Facebookgroep Vertrokken Nederlands, waarvoor iedereen zich kan aanmelden: https://www.facebook.com/groups/373691686482941/.

Peperkoekje

Ik kreeg tranen in mijn ogen van een peperkoekje. Nu hoeft er bij een sentimentele Sidonia als ik niet al te veel te gebeuren om de waterlanders te laten stromen. Maar toch, een peperkoekje, really? Het was geen verdrietig moment, in het geheel niet. Het waren diezelfde zoete tranen die je krijgt als je op televisie ziet hoe twee lieve mensjes, met allebei heel veel verleden en iets minder toekomst, elkaar na  zeventig jaar voor het eerst weer in de armen vallen. Dus ja, ik raakte ontroerd door een peperkoekje.

ontbijtkoek

Het gebeurde in It’s All Dutch to me, de Nederlandse Supermarkt in Melbourne. Al is ‘supermarkt’ een sjiek woord voor deze ergens op een industrieterrein in een loods verstopte rij houten rekken volgepropt met Hollandse producten. Maar al die vertrouwde merken en verpakkingen die bij binnenkomst naar me lonkten maakten een kinderlijke opwinding in me los. Dat effect zou geen top-etaleur van Harrods of Selfridges snel bij mij bereiken.

Dat peperkoekje en ik hadden iets gemeenschappelijk en samen zaten we even aan een Hollandse eettafel met een kopje Earl Grey erbij. Ik voelde de intense behoefte mijn enthousiasme over dat plakkerige gemberkoekje van Peijnenburg met iemand te delen. Maar ik vreesde dat als ik mijn stembanden zou laten trillen dit ook meteen een effect op mijn traanbuizen zou hebben. Bij die gedachte alleen al braken de dijken bijna door en dat zou wel een heel gênante vertoning zijn. Snel verplaatste ik mijn aandacht van het schap met de peperkoekjes naar het schap met huishoudelijke artikelen. Ik focuste mijn blik op een fles Driehoek Vloeibare Groene Zeep. Mijn emotionele band met groene zeep is nu eenmaal minder sterk dan die met peperkoek en mijn tactiek werkte. De tranen trokken zich terug.

Nu kon ik mij ongegeneerd gaan verlekkeren aan al die dingen die in Nederland ‘gewoon lekker’ zijn maar hier in Australië een koningsmaal. Want dat is één van de mooie kanten van emigreren: wat je in Nederland ‘leuk’ of ‘lekker’ vond, wordt in dat andere land ‘gewéldig opwindend!!!’

Radio 1 luisteren tijdens het koken? Hoogtepunt van de dag!

Een plak ontbijtkoek met roomboter? Daar kan geen Holtkamp taartje tegenop!

Een La Trappe Blond? Vloeibaar goud!

Een Nederlands boek? Wereldliteratuur!

Een half uurtje Nederlandse TV? Top Entertainment!

Hier in de Hollandse winkel was Nederland nu onwerkelijk dichtbij. Zo’n eng realistische droom maar dan met je ogen open. Midas hield me in de realiteit want hij had besloten dat elke tweekilo zak drop en Hollands snoep (schuimblokken, varkenskoppen, tumtummetjes, kaneelstokken) in het mandje moesten, dus ik laveerde tussen zakken snoep terugleggen en mijn mandje vullen met andere Hollandse delicatessen. In de vriezer lagen bitterballen, kroketten, frikadellen en haring. En mijn ogen scanden pakjes Duyvis Dipsaus, Honig Mix voor Bami Speciaal, doosjes Pickwick Thee, emmertjes Remia Satésaus, pakken Koopmans Poffertjesmix en Douwe Egberts koffie.

Er was ook een aantal plankjes gereserveerd voor een heuse Hollandse ruilbibliotheek. Beter kon mijn dag niet meer worden! Ik zag een aanplakbiljet hangen voor de Sinterklaas viering in de Abel Tasman Dutch Club in november. De mevrouw in de winkel vertelde me dat we het sinterklaassnoep ook al van tevoren online kunnen bestellen. ‘Dat is vooral handig voor het krijgen van de goede chocoladeletters’, legde ze uit.

Na tien minuten stond ik buiten met een tas gevuld met drie Peijnenburg peperkoeken, een megazak Harlekijndrop, een zak schuimblokken, een zak Katja varkenskoppen, een fles Van Gilse schenkstroop, een doos Dr. Oetker Griesmeelpudding en, beste aankoop van die dag: een megapot Sambal Brandal van Koningsveld uit Rijswijk. Daar had ik al een jaar lang zin in en eindelijk gevonden. Bij The Dutch Week in Aldi, die hier elk jaar in juli of augustus plaatsvindt, hadden ze alleen de Oelek van Conimex gehad, maar die hebben ze hier bij Woolworths, de Australische Albert Hein, ook standaard in het Hollandse vak staan, naast de Calvé Pindakaas en de miniverpakking (4 stuks) niet al te opwindende kwaliteit stroopwafels en de droge C-merk ontbijtkoek. Maar Sambal Brandal, dat maakte mijn geluk compleet.

Het is waar, je wordt je zoveel meer bewust van je Nederlandse identiteit als je in het buitenland leeft. Zoals een banaan op een schaal vol appels opeens nog meer banaan is. Ik ben nog maar een emigranten-groentje met mijn 1 jaar en bijna 2 maanden. Maar ik heb er al lol in mijn Hollandse roots te blijven voeden hier. Met twee kleine kinderen van net vier en vijf vind ik dat ook belangrijk. Ik zal mijn Nederlands zijn niet kunnen kwijtraken, maar bij Pippa en Midas zal ik er meer mijn best voor moeten doen de komende jaren hen ook de Nederlandse taal én cultuur bij te brengen: Sinterklaas, voorlezen uit Otje en Madelief, fietsen, films als ‘Brammetje Baas’ en ‘Het Zakmes’, fietsen, oliebollen, Op een grote paddenstoel, hagelslag, fietsen, Op een onbewoond eiland, Hollandse boerenkool geïmproviseerd met een Poolse kranski, fietsen fietsen fietsen, Koningsdag, fietsen…

Je neemt zo snel zoveel Australische gebruiken over, vaak zelfs zonder dat je het in de gaten hebt. En hoe meer tijd verstrijkt, hoe meer je je best zult moeten doen om ook de Hollandse gewoontes daarnaast te laten bestaan.

Hagelslag

De diversiteit aan culturen vind ik één van de mooiste kanten van Melbourne. Op Pippa’s school en Midas Kindergarten wordt het ook gestimuleerd de eigen cultuur in ere te houden en Hollandse gebruiken te delen met de groep. Nu krijg ik opeens een idee voor de volgende verjaardagstraktatie van de kinderen: broodjes hagelslag met Hollands vlaggetje erop! Lekker makkelijk voor de verandering. Kan je in Nederland niet mee aankomen. Maar hier een feestmaal. Weer een goed excuus om naar de Nederlandse winkel te gaan. Kan ik meteen mijn voorraadje peperkoekjes aanvullen.