Lycra Mums

Ze lopen bij drommen over Hampton Street en komen in bosjes het schoolplein op: de Lycra Mums. Uniform: lycra legging en hoge paardenstaart. Accessoires: café latte in wegwerpbeker in de ene hand. Aan de pink van de andere hand een bungelende autosleutel van een oversizede fourwheeldrive.

Rob-McHaffie-Mother-daughter-combo-2018-oil-on-linen-138-x-29-cm

De iconische Lycra Mum uit het straatbeeld van Bayside inspireerde de lokale kunstenaar Rob Mc Haffie tot dit werk.

Ik neem aan dat de Lycra Mums na school drop offs iets sportiefs gaan doen in hun lycra. Maar helemaal zeker weten doe ik dat niet. Misschien is deze hele lycra business wel onderdeel van de heimelijke thigh gap competition waarvan ik hen verdenk. Niet alleen tieners met een eetprobleem, ook volwassen vrouwen met een gezin en/ of carrière doen eraan mee. Hampton Street lijkt soms een catwalk voor het etaleren van strakke kontjes, gespierde benen en… thigh gaps, alles gehuld in kleurige, niets verhullende lycra.

Het heeft iets tegenstrijdigs: de Lycra Mums die 1 kilometer in hun fourwheeldrive naar school rijden. Om vervolgens naar een dure sportschool te gaan in hun dure lycra. Met Hollandse logica bedenk ik dan: bespaar je de abonnementskosten en koop een fiets. Kun je voor de verandering nog eens een parkeerplek vinden ook. Maar nu klink ik als een moslima die haar Hollandse vriendin een hoofddoek probeert op te dringen. Dus gun ik de Lycra Mums hun lycra zoals de Lycra Mums deze Bike Mum haar fiets gunnen.

Het afgelopen jaar fietste ik gemiddeld 5 dagen per week, 80 minuten per dag twee kids heuvel op, heuvel af op een neer langs Beach Road naar hun school en Kindergarten. Mijn uniform: een wijde bordeauxrode corduroy tuinbroek met gestreept t-shirt en zwarte kistjes. Zo etaleer ik het dan misschien niet. Maar ik zweer bij God: ik zou bij die Miss Thigh Gap Competition, met al die kilometers in mijn Hollandse benen, een goeie kans maken. Maar die wedstrijd laat ik aan me voorbij gaan.

Ik herinner ze me nog, die schoonheidswedstrijdjes op de middelbare school. Ook toen al weigerde ik eraan mee te doen. Ik maakte toch geen kans, maar dat was niet de reden. Ik ben een goeie verliezer. Het was het kopieergedrag dat me tegenstond. Vooral de kakkers konden er wat van (ik wilde nérgens bij horen maar bij de kakkers zéker niet en daarmee hoorde ik keihard bij het groepje meiden dat nergens bij wilde horen): hun uniformpjes bestonden uit waxjasjes, kleurig Oilily-sjaaltje, Levi’s spijkerbroekjes , mocassins en het verplichte quasi-nonchalante half knotje-half staartje achter in de nek. Het enige wat ik stiekem toch een beetje aan dat clubje meisjes benijdde, waren hun kleine hockeykontjes. Mijn billen hadden in die jaren een laagje puppyvet, wat ik graag camoufleerde met wijde hippierokken of lange zwarte t-shirts.

De Lycra Mums van Hampton zijn de kakkers van het Onze Lieve Vrouwe Lyceum. Ik dacht altijd dat het overging. Die schoonheidswedstrijdjes. Dat samen met de tienerjaren ook het tienergedrag verdween. Maar nee. We worden nooit volwassen. En dat is eigenlijk goed nieuws. Want wie kijkt er niet wel eens naar een kind en wenst dan dat het leven nog zo simpel was? Ouder worden we allemaal, maar wijzer? Eigenlijk zijn kinderen vaak veel verstandiger. Ze weten precies hoe je in het moment moet leven. Dat zijn wij met al dat zogenaamde volwassen worden vaak verleerd. Dus koester dat kind in jou. Omarm het! Voedt het! Voor sommigen betekent dat schoonheidswedstrijdjes houden. Voor mij betekent het zandkastelen bouwen. En vliegeren. En poepgrappen. Ja, echt. Poepgrappen. Ik vind poepgrappen vreselijk grappig. En ja, dat is vreselijk kinderachtig. En daarom koester ik die afwijking van de ‘volwassen’ norm. Dus Lycra Mums, ‘go for it!’, wees die tiener en ‘flaunt your gap!

Advertisements

Waarom ik verlang naar Jan Smit en andere Eurovisie-overpeinzingen

eurovision_nos_1976.jpg

Als mij werd gevraagd om – zoals Maria in The Sound of Music– een lijstje van mijn favoriete dingen te maken, dan kreeg het Eurovisie Songfestival daarop een prominente plek. De afgelopen pakweg 35 jaar heb ik er geen editie van gemist. Mijn meeste heldere Eurovisie herinnering komt uit 1986. In het lokale buurtcentrum van De Zilverkamp in Huissen vond die avond van de derde mei een verkiezingendebat plaats. Een paar weken later stonden namelijk de Tweede Kamer Verkiezingen gepland. Ik deed in het bijprogramma mee aan een slagzinnen-wedstrijd. Vol spanning wachtte ik op de uitslag, ondertussen de klok in de gaten houdend, want het Eurovisie Songfestival stond op het punt van beginnen. Vijf minuten voordat het Te Deum van Charpentier  de aanvang van het liedjesfestijn zou aankondigen, wist ik nog steeds niet of ik gewonnen had. Toch ben ik toen, zonder één keer te stoppen, naar huis gerend, om net op tijd op de bank neer te ploffen voor het begin van Eurovisie 1986. Frizzle Sizzle eindigde dat jaar voor Nederland op de 13e plek. Daar staat me weinig van bij. Maar Sandra Kim uit België! Man, man, man! Zij won die avond. Sandra was 13 , ik 11. Ze was fantastisch: klein, met glanzende pretoogjes en hele grote schoudervullingen. Nog maanden daarna wenste ik dat ik haar was en oefende ik op dat heup-hupje in haar repetitieve danspasjes. J’aime la Vie, zeer waarschijnlijk mijn allereerste bewust meegemaakte kippenvel-liedje. Met die slagzinnenwedstrijd kwam het ook nog goed. Toen de winnares werd aangekondigd, was niemand opgestaan. De prijs bracht mijn zus voor me mee naar huis.

6f270d143c0ba166c31e34184a5278c8

Sandra Kim

Het moge duidelijk zijn. Ik was altijd al een gepassioneerde Eurovisie Songfestival liefhebber. Mijn vriend Hubert uit Amsterdam omschrijft die passie als volgt: ‘Jij bent echt hardcore!! Ik kan mij nog 1975 herinneren, toen ik als jonge knaap in mijn Kung-Fu pyjama slaperig voor de beeldbuis zat, om getuige te zijn van het goud voor ‘Dingedong‘. Toen lag jij waarschijnlijk al zachtjes mee te wiegen in een plens vruchtwater.’ Voeg bij die passie de in alle vurigheid oplaaiende Oranje-liefde van een emigrant aan de andere kan van de wereld en je hebt de ingrediënten voor een bij winst voor Nederland onvermijdelijk hysterische vreugde-explosie.

In de nacht van zaterdag 18 op zondag 19 mei zet ik 2 wekkers. Het zal me niet gebeuren dat ik voor het eerst in 35 jaar een editie moet missen. Een editie nog wel waarin Nederland met Duncan Laurence kans maakt op de titel! En zo zit ik om 5 uur in de ochtend met een kop sterke zwarte koffie onder een warme deken op de bank. Klaar voor het spektakel. Bij het aantreden van Zweden, rond half 6, komen Midas en Pippa meekijken, veel gezelliger en bovendien is wat extra Hollands bloed welkom om Duncan, 12e op de lijst, aan te moedigen. Pip wil meteen weten wat ik met die pen en dat papier op mijn schoot doe. Ik heb de gewoonte om elk land op te schrijven zodra ze gaan zingen en dan achteraf een persoonlijke mini-recensie van het optreden daarachter te zetten. Als alle deelnemers zijn geweest en de stemming begint, maak ik op basis van die recensies twee lijsten: één wishfull thinking lijst: daar staat dan mijn eigen ideale volgorde op. En een tweede lijst waarop ik voorspel hoe de échte uitslag zal uitvallen.

DSC03446

Pip met de persoonlijke scorelijst op schoot.

Pip gaat meteen op zoek naar pen en papier. Ze nestelt zich aan het andere einde van de bank behaaglijk onder dezelfde deken, rug tegen een stapel kussens, boek als schrijftafel onder haar blaadje. Uit haar zeemeerminnen-etui haalt ze een pen en schrijft op haar allermooist ‘Sweden’. (‘En daar’, schrijft ze dan later op haar blog, ‘werd de kiem gelegd voor mijn liefde voor Eurovision’. Of, even grote kans: ‘En op dat moment begon ik mij te realiseren wat een vreselijk slechte smaak mijn moeder heeft!!!’) Pip bedenkt ter plekke haar eigen beoordelingssysteem met symbooltjes: een duimpje dat naar opzij wijst is ‘Not too sure’ (Zweden en Spanje), pink en wijsvinger omhoog is ‘Crazy rock!’ (IJsland), hartje betekent ‘Supergoed!!’ (Zwitserland en Noorwegen). Tot aan de laatste deelnemer, Spanje toe, schrijft ze ijverig mee. We drinken warme melk met honing en eten matzes met gestampte muisjes van de Nederlandse Winkel. Want het Eurovisie-virus, dat moet met de zoetst mogelijke middelen worden overgedragen aan de volgende generaties.

Een vriendin uit Nederland vroeg: ‘Vind je dat niet moeilijk kiezen dan, nu Australië en Nederland allebei meedoen?’ Ik hoef er geen seconde over na te denken: ‘Nee hoor, helemaal niet! Ik ben gewoon 200% voor Nederland!’ Bij de kinderen ligt dat natuurlijk anders. Pippa is voor Nederland en Australië en voegt daar in de loop van het festival ook nog Noorwegen en Zwitserland aan toe (en verdomd, 3 van haar 4 keuzes zaten in de top 5, waaronder de winnaar). Midas is voor Noorwegen omdat de Joik-zanger in hun inzending op Hubert (die van de Kung-Fu pyjama) lijkt.

Dat het Eurovisie Songfestival alleen maar één grote campy kitscherige boel is waar je je ‘à la Canal Parade’ kunt vergapen aan een troep extravagante homo’s, is een misverstand. Hier in Australië leeft dat misverstand nog hardnekkiger. Het is de reden dat de liedjeswedstrijd hier al tientallen jaren zo waanzinnig populair is. En de reden waarom de Australische presentatoren er vanuit lijken te gaan dat hun circusact van meisje in megajurk op stok er wel even met de hoofdprijs vandoor zal gaan.

Waar, Eurovisie heeft een flinke fanschare in de gay-community

Waar, de leden uit de LGBTQ-gemeenschap zijn op het Eurovisie podium meestal rijker vertegenwoordigd dan in de samenleving als geheel (overigens een van de schandelijke redenen waarom Turkije het festival boycot).

Waar, er zijn veel over the top kitscherige acts te zien op het Eurovisie Songfestival.

Waar, er is elk jaar ook wel een ultra-bizarre (soms zelfs winnende) inzending.

9199fbe96ef864a98e31772468de9c79

Winnaars 2006: Lordi met Hard Rock Hallelujah voor Finland

Maar… daarnaast is er ook altijd alle ruimte voor kwaliteitsliedjes en serieuze optredens.

En… daarnaast zijn er altijd landen gebleven die liedjes inzenden die aansluiten bij de muzikale tradities van het land. Denk aan de eindeloze stroom Balkan pop deuntjes, maar ook aan de Nederlandse geflopte inzending van 2010 Sieneke (ja, die van het draaiorgel). Of wat dacht je van de winst van Portugal in 2017, met de fado van Salvador Sobral? Ingetogen én traditioneel.

Bovendien… is er daarnaast ook altijd wel een smeuïg politiek getint relletje. Dit jaar had dat uiteraard te maken met het Israëlisch-Palestijns conflict. Voorafgaand aan de in Tel Aviv plaats vindende editie werden er vanuit diverse pro-Palestijnse groeperingen oproepen gedaan aan deelnemers om het Songfestival te boycotten. Tijdens de finale was Madonna de grote interval act en twee van haar dansers droegen een Palestijnse en een Israëlische vlag op hun rug. Dat de afvaardiging van IJsland, het satirische, naar eigen zeggen anti-kapitalistische kunstenaarscollectief Hatari, na het bekendmaken van hun eindscore, sjaaltjes met de Palestijnse vlag omhoog hield, zal voor niemand die in aanloop naar het festival de band een beetje heeft gevolgd, een complete verrassing zijn geweest. Een paar dagen na het festival plaatst datzelfde Hatari haar nieuwste muziekvideo op YouTube, gefilmd in Jericho, Palestina: een collaboratie met de openlijk homoseksuele Palestijnse zanger Bashar Murad. Op de avond dat Hatari op Eurovisie zong, zong Murad op Globalvision, een protestfestival tegen Eurovisie in Israël.

screenshot-2019-05-19-at-00-07-00-e1558227814442

Hatari bij de bekendmaking van hun score.

Volgens de statuten is het Eurovisie Songfestival niet politiek en zijn politiek getinte uitingen verboden. Maar de praktijk is anders. Elk jaar is er wel, in meer of mindere mate, sprake van blokvorming of vriendjespolitiek (denk aan Cyprus en Griekenland die elkaar bijna altijd 12 punten geven). In 2009 werd inderdaad het lied ‘We Don’t Wanna Put In’ gediskwalificeerd omdat deze Georgische inzending wel heel duidelijk over een niet zo geliefde politicus ging. Maar het lied dat Armenië in 2015 inzond, Face the Shadow, met als onderwerp de Armeense genocide die 100 jaar daarvoor had plaatsgevonden, werd dan weer wél toegestaan. Of wat dacht je van de inzending van Oekraïne in 2016? Dat lied, 1944, gaat over de deportatie van de Krim-Tataren door Sovjetleider Jozef Stalin. Het leverde Oekraïne dat jaar zelfs de winst op.

Het Eurovisie Songfestival heeft dus vele gezichten en invalshoeken en dat is precies de reden dat ik zo dol ben op dit spektakel. Kijken naar het Eurovisie Songfestival met Australisch commentaar gaf de afgelopen twee edities nog eens een nieuwe dimensie aan het festijn. Dit jaar telde Nederland als favoriet nog een klein beetje mee in de Australische commentaren van Myff Warhurst en Joel Creasey, maar vorig jaar was Waylon compleet afwezig tijdens hun gebabbel. Maar ook dit jaar verlangde ik toch echt naar Jan Smit en Cornald Maas (Ik? Verlangen naar Jan Smit?? Wie had gedacht dat ik dat ooit nog eens uit mijn bek zou krijgen). Zij weten meestal een balans te vinden tussen serieus becommentariëren/ voorbeschouwen en grapjes maken/ongezouten commentaar leveren.

De Australische commentatoren doen vooral hun best ironisch en grappig te zijn over het hele spektakel en maken er een onderlinge stand up comedy-wedstrijd van. Serieus nemen ze de wedstrijd op geen enkele manier. Daar waar Jan Smit en Cornald Maas met hun gecombineerde kennis en smaak alle hierboven genoemde facetten van het songfestival weten te waarderen en belichten, is het Australische commentaar meer bezig met een speurtocht naar de grootste freak in het rariteitenkabinet.

1008x567

Gooooooooaaaaaaaal!!

Wanneer Nederland wordt aangekondigd, druk ik Midas op het hart voor 3 minuten even zijn mond te houden. Tot dan toe heeft hij zijn luchtgitaar-rockstar act bij elk nummer volgehouden onder het afwisselend uitroepen van ‘Oh, yeah!’ en ‘Oh, baby!’ (dat schijnen rockstars te doen) en dat kunnen we er tijdens Duncan Laurence even niet bij hebben. Volgens de Australische presentatrice Myff is Duncan een ‘genuinely nice and gentle guy’ (waar) maar zij en Joel hebben eerder al duidelijk laten blijken meer de voorkeur te geven aan een act met iets meer toeters en bellen. Aan het einde van Duncans optreden maken ze nog een belegen grapje over een IKEA lamp. Nu zijn onze Nederlandse presentatoren ook niet vies van een lolletje hier en een uitgesproken mening daar. Maar op dat moment kan ik wel wat lovende woorden voor Duncan van Jan Smit gebruiken voor nog eens een extra shotje Oranje-trots.

Hoogtepunt van een avondje Eurovisie is de aankondiging van de punten per land. Maar eerst kunnen we ons tijdens de puntentelling, net als 200 miljoen anderen, vergapen aan superster Madonna die weer eens het keiharde bewijs levert dat ze écht niet kan zingen. De puntengeefster voor Nederland, Emma Wortelboer, is waarschijnlijk de eerste die zegt wat iedereen denkt en de volgende dag ook schrijft. Voordat ze de 12 punten van Nederland voor Zweden bekend maakt zegt ze: ‘I’m so thankful for tonight and for Madonna’s autotune!’

madonna-at-eurovision-in-tel-aviv-never-underestimate-the-power-of-music-variety (1)

Madonna enkele minuten voor haar presentatie vals zingen. Een dag later plaatste ze een opgepoetste versie van haar optreden op haar eigen YouTube kanaal.

De zenuwslopende telling van de stemming van de televote moet dan nog beginnen. Pippa en Midas zullen hun allereerste live bekeken Eurovisie niet snel vergeten. Midas blijft herhalen dat ‘Hubert’ moet winnen. Ik duim ondertussen mijn vingers er haast af en kan niet meer blijven zitten. Pip weet wat er op het spel staat en zodra het alleen nog gaat tussen Zweden en Nederland, blijft ze droog herhalen: ‘Hij haalt het toch niet!’ Ik negeer haar deprimerende mantra. ‘Kom op, kom op, kom op, kom op!’ en ‘please, please, please, please, please!’ zijn de mijne. Zweden moet meer dan 153 punten halen om Nederland van de eerste plek te halen. Seconden gaan voorbij die minuten lijken, minuten gaan voorbij die uren lijken.

‘Kom op, man! Zeg het. Nu!!’ Als ik hier al zo zit te stressen, hoe moet het dan die arme Duncan de Moor uit Spijkenisse vergaan?

Dan het verlossende woord.

‘Sweden, 93 points.’

‘Jaaaaaaaaaa! Yes, yes, yes!!!’, klap ik mijn handen stuk. Ik juich, spring op en neer en geef Pip en Midas een enorme pakkerd. Terwijl ze mij met open mond en grote ogen aangapen, ren ik naar de kast voor de champagneglazen. En dan toosten we op Duncan, met bubbelsap en chocoladebollen van Lindt.

duncan-met-prijzz

Camp? Kitsch? Kunstgrepen? Kwaliteit zegeviert!

Hoe mijn vreugdedansje en dat van vele andere Nederlanders er verder uitzag is niet op video vastgelegd, zoals dat van de Nederlandse puntengeefster Emma Wortelboer. Lieve Emma, trek je niets aan van al die cynische zeikerds die jou ‘hysterisch’ noemen. Mijn vreugde-explosie mocht er ook wezen. Dat kon ik lezen op de verbouwereerde ‘wat -doet -mama-nu-opeens- raar???’- gezichtjes van zoon en dochter. En ik weet zeker dat heel veel Nederlanders net zo indrukwekkend hebben gejuicht als jij. De een doet dat bij een voetbalwedstrijd (ook al zo belangrijk) en de ander bij het winnen van Eurovisie.
Ja, dit was óns WK voetbal.
En we hebben het na 44 jaar eindelijk weer gewonnen. Of nee, sorry Duncan:  Duncan Laurence heeft het gewonnen! Maar dan wel voor ons allemaal.

 

Iggy is jarig

Dit is het verhaal over hoe Tris en ik de 72e verjaardag van Iggy Pop bijwoonden en over hoe ik mij tijdens dat feestje, tot afgrijzen van Tris, steeds meer begon thuis te voelen in de rol van super-groupie.

49dd47fa62cb9819e444a8b19b4358c2

Festival Hall Melbourne, 21 april 2019. Die legendarische plek waar ooit de de Beatles optraden, al eerder beschreven in mijn blog over Courtney Barnett. Tris en ik hebben een plekje op de eerste rij. Supportact is de Australische band The Chats*. Deze foute, humoristische punkband blijkt de perfecte opwarmer voor The Godfather of Punk. Iedereen is na hun optreden nog eens extra uitgelaten. Zodra de The Chats het podium hebben verlaten is de oude boksarena donker en begint spannende, steeds meer aanzwellende strijkmuziek te spelen. Ook zonder die muziek zou de opwinding in de zaal voelbaar zijn geweest. Any time now…!

Een écht goeie live gig heeft iets sacraals, het is een religieuze ervaring die je in contact brengt met dat ‘iets’ wat je niet kan en misschien ook wel niet wilt benoemen. Het is niet alleen de muziek (soms zelfs helemaal niet de muziek), die je naar die onbenoembare plek brengt. Het is de muziek gecombineerd met het samenzijn met anderen die precies begrijpen waarom je hier bent, het charisma van je muzikale held, de lichten, het bier, het gejuich, al die lachende gezichten om je heen. God is a DJ zingt Maxi Jazz van Faithless. En over de concertzaal: ‘This is my church. This is where I heal my hurts.’ Dat begrijpt de live-gig-liefhebber helemaal.

20160531_174048-e1558140565838.jpg

Back in the day: backstage met ‘God is a DJ’ Maxi Jazz, Ahoy Rotterdam 2004

De strijkersmuziek is gestopt. Dan klinkt de rauwe gitaarintro van I wanna be your dog en produceert het publiek een gejuich een boksarena waardig. Daar is hij, gekleed in niets meer dan een zwarte broek met riem en zwarte schoenen. Iggy gebruikt het hele podium, maakt meteen contact met de eerste rijen en laat binnen het tijdsbestek van dat ene nummer zien: met zijn 72 jaren is hij nog altijd één van de grootste live acts op aarde. Vlak voor ons blijft hij staan: ´Now I’m ready to close my eyes. And now I’m ready to close my mind!’

Van zo heel dichtbij zie ik een dikke blauwe ader meanderend over zijn linkerborst lopen. Zijn huid is droog en zwaar gebruind. Klein, tenger, met een minuscuul bol buikje, waarschijnlijk niets meer dan zijn organen die door zijn verslapte buikspieren iets naar voor puilen. De rimpels op zijn rug hebben en fascinerend gelijkmatig patroon, een eindeloze rij lijnen die steeds boven aan de buitenkant van zijn rug beginnen en dan met een opgaande boog bij zijn ruggenwervel eindigen. Geen enkele tatoeage. Zijn halfhoge zwarte suède laarsjes hebben één hoge en één lage zool. (zijn ene been is korter dan het andere, gevolg van een American Football ongelukje in high school. Daarnaast heeft hij ook nog eens een slechte heup). De laatste keer dat ik Iggy live zag, in 2015 met mijn zusje Kyki, hinkte hij al behoorlijk, maar hij doet dat nu nog meer. Dit zorgt voor nog meer nadruk op zijn rauwe manier van bewegen.

56542176_2325187057752364_3115268003748540680_n

Ergens las ik over Iggy Pop: ‘Punk’s real wild child just loves to be loved.’ Ik snap wat deze journalist bedoelt. De hele avond komt hij regelmatig van het podium af (daarbij geholpen door beveiligers) om dichter bij zijn fans te zijn. Hij laat zich knuffelen en vastpakken. Het groupie-vuur laait in me op als ook ik tot twee keer toe zijn hand kan grijpen en hem kan bedanken. En steeds als hij iets verder weg is, maar dichtbij genoeg om mij te zien zwaai ik met uitgestrekte armen naar hem en krijs tot afschuw van Tris ‘Iggyyyy, I love yououou!’ Tris heeft het onbestemde gevoel met een ongeleid projectiel dat elk moment haar slipje het podium op kan slingeren op pad te zijn . Maar zo erg is het nou ook weer niet (en met mijn tuinbroek aan was het sowieso een tour de force geworden). Dat groupie-gedrag is grotendeels een act die een vrolijke noot aan een avondje uit geeft.

bc291c90d863445af81615d38c9ab211

Steeds als Iggy het podium weer op wil, houdt hij allebei zijn handen omhoog en laat hij zich door een beveiliger de bühne op trekken. Tussen de nummers Sick of you en Some weird sin door vraagt hij groot licht op de zaal te zetten. Hij wil iedereen goed kunnen zien. Na een paar seconden begint de zaal spontaan Happy Birthday te zingen. The Godfather of Punk is oprecht ontroerd en roept: ‘Thank you man. That makes me really happy!’

Tot dan toe heeft Iggy steeds rode wijn gedronken uit een grote glazen met goudblad beschilderde miskelk. Maar halverwege het concert komt hij het podium opgelopen met een grote knalrode beker, zo’n plastic geval dat je vaak in Amerikaanse videoclips ziet. Aan de rand van het podium giet hij een flesje bier leeg in de beker. De eerste enorme slok blaast hij als een vuurspuwer uit over het publiek. De twee slok laat hij in schuimend witte stroompjes over zijn blote borst naar beneden lopen. De halfvolle beker slingert hij met een enorme zwaai het publiek in. Een wannabe rockstar uit het publiek gooit de beker net zo hard weer terug, maar hij belandt in het niemandsland tussen publiek en het podium, daar waar beveiligers en pers staan. Daar rolt de beker in de loze ruimte onder het stalen dranghek. Iggy dendert alweer door en zingt 1969 alsof het 1969 is in plaats van 2019 en hij 22 in plaats van 72: ‘And now I’m gonna be 22, I say oh my and a boo-hoo.’

Plotseling roept hij: ‘It’s time to get your dirty asses up here!’ Dát laat ik me geen twee keer zeggen! Iggy heeft zijn zin nog niet afgemaakt of ik zit bovenop het dranghek, met mijn rug naar de beveiliging toe. Tris schudt van nee omdat een beveiliger achter mij probeert me met zachte hand terug te duwen. Ik snap die beveiliger wel, orders van de baas. Maar tegelijk orders van Iggy. Verwarrend!  Als de beveiligers hun huiswerk beter hadden gedaan, wisten ze dat dit bij bijna elk Iggy Pop concert gebeurt. Of misschien wisten ze dat wel en proberen ze én hun baas én Iggy tegelijk tevreden te houden. Want halfslachtig is het wel, hun geworstel met de enthousiaste fans. Zodra mijn beveiliger zich met zachte hand met een andere fan bezighoudt, probeer ik het nog een keer. En dan ben ik het hek over. Horde 1 is genomen. Maar nu nog dat podium op zien te komen, dat podium dat ongeveer net zo hoog is als ikzelf. ‘Oh nee, denk ik. Mijn droom van feesten met Iggy nu zo dichtbij. Don’t stop me now! In gedachten zie ik al voor me hoe ik terug het publiek in word gegooid, wanneer als uit de hemel een paar grote handen naar me reiken. Een beveiliger trekt me in één ruk- heel wat minder halfslachtig nu- het podium op. Yes!!! My dirty ass heeft het podium bereikt! Een groupie droom staat op het punt van uitkomen: dansen met Iggy Pop.

Terwijl ik rechts op het podium sta te stampen op No Fun zoek ik in de voorste rij naar Tris. Zodra ik hem zie, zwaai ik enthousiast maar hij ziet me niet. Hij kijkt licht getroebleerd naar iets waarvan ik niet weet wat het is. Dan kijk ik links van me en zie ik dat alle andere fans vlak om Iggy heen staan te dansen terwijl ik rechts op het podium in mijn eentje feest sta te vieren. Ik dans mezelf met nonchalante schijnbewegingen richting de groep. ‘No fun!’ zingt Iggy.

Mark 5:28

‘If I can touch even his clothes,’ she had told herself, ‘I shall be well again.’ Mark 5:28

Maar ook van dichtbij ik zie nu maar een klein stukje van de held, eigenlijk alleen maar zijn blonde kruin, omringd door tientallen handen van fans. Ja, in het helle licht lijkt Iggy’s blonde hoofd wel omringd door een aureool van mensenarmen. Het heeft iets van een aanbiddingsritueel. Ik wil ook wel meedoen en daar gaat mijn lange arm tot vlak boven zijn kruin. ‘No fun, it’s no fun!´ zingt Iggy. Maar dan kijk ik naar beneden vlak voor mij en realiseer me dat een paar fans daar net iets te enthousiast aan het aanbidden zijn. Ze trekken aan Iggy en duwen aan Iggy. Mijn held lijkt compleet te verdwijnen onder de kluwen hysterische fans. Opeens zie ik geen lieflijk aureool van mensenarmen meer om zijn hoofd, maar doemt in mijn hoofd een scene op uit Jesus Christ Superstar waar ik als kind al een beetje bang van werd. Die scene waarin de melaatsen uit de rotsen op Jezus afsluipen en hem tenslotte helemaal bedelven waarop Jesus roept: ‘There’s too many of you, don push me! There’s too little of me, don’t crowd me!!” Alleen lijden de fans die Iggy nu omringen eerder aan een party drug verslaving dan aan melaatsheid.

Ik besluit dat dit het juiste moment is om me terug te trekken. Ik hoor hier niet bij! (Iggy ik hoefde niet genezen te worden, ik wilde alleen maar even met je dansen!) Maar dan hoor ik iemand roepen (zijn manager?): ‘Make some space for Iggy! Give him some room!’ Dan wijkt de massa vlak voor mij onverwacht uiteen. Waarschijnlijk hebben ze een flinke duw gekregen. De fans botsen tegen mij aan. Ik doe mijn best mijn evenwicht te bewaren maar achter mij is nog een fan en mijn schoenen raken zijn schoenen. Ik wankel. Ja, héél even was ik onbezonnen en wild en 22, tot het moment dat ik met een smak op mijn kont weer in de realiteit beland. Daar zit ik, op mijn beurse billen midden op het podium van de Festival Hall. In mijn fantasie was het meer zo gegaan: ik was met Iggy over het podium gehuppeld en had zelfs het lef gehad hem een zoen op zijn rimpelige bruine wang te geven. Ik schiet in de lach. Want tja, het leven loopt nooit zoals je denkt dat het zal lopen. En dat maakt het juist zo FUCKING AWESOME!!!, om met Iggy taal te spreken.

Ik sta razendsnel op. Een stoere donkere geluidsman komt op me af en spreekt me vriendelijk toe terwijl hij ronddraaiende bewegingen met zijn handen maakt. Ik versta geen woord van wat hij zegt, maar interpreteer het als: jullie moeten een beetje verspreid over het podium blijven, niet met zijn allen bovenop Iggy!’ Want zo gaat dat immers altijd bij stage invasions van Iggy, dat heb ik vaak genoeg gezien: je huppelt en pogoot over het podium en geeft je held, als je geluk hebt, af en toe een knuffel of een pogo duwtje. Ik doe braaf wat ik denk dat de geluidsman zegt en begin op mijn oude plekje rechts op het podium een beetje te stampen en te fistpumpen.

Maar dan zie ik voor mij een zooitje fans van het podium afspringen. Ik hoor een Altamont Raceway- achtige beveiliger brullen: ‘Get of the staaage!’ Ik zie dat Iggy aan de andere kant van het podium in de coulissen staat te wachten. Op dat moment wordt een paar jongens redelijk hardhandig het podium afgeduwd – en al zullen ze dat bij een vrouw minder snel doen- ik neem het zekere voor het onzekere en glijd op mijn kont gauw de bühne af. Als schapen worden we naar links gedreven. Maar Tris is helemaal rechts! Ik zeg op mijn allerliefst tegen de Altamont Raceway-beveiliger: ‘My boyfriend is over there!’ Maar daar heeft hij natuurlijk geen boodschap aan. De lieve Noord-Afrikaanse beveiliger met zwarte bril die al de hele avond vlak voor ons heeft gestaan en ons water heeft gegeven als we dorst hadden, haalt verontschuldigend zijn schouders op.

Ik denk: ik zie Tris dus echt nooit meer terug deze avond! Maar het Iggy publiek blijkt hartstikke lief en mijn onophoudelijk sorry zeggen en glimlachen brengt me, terwijl Iggy zijn No Fun vervolgt, binnen twee minuten naar de eerste rang aan de andere kant van het podium. Net op tijd om samen met Tris Iggy weer op te zien komen gehuld in zwarte cape en zijn band Happy Birthday in te horen zetten. De hele zaal zingt voor de tweede keer die avond Happy Birthday. Dan exploderen een paar enorme confetti kanonnen en is de hele zaal één groot verjaardagsfeest. Iggy is weer ‘Real happy!’ en zingt ‘Real cool time’.

Tris en ik rechts vooraan.

Maar het feest is nog lang niet voorbij. We krijgen nog Nightclubbing, Sixteen, Five foot One, Real Wild Child (Wild one) en Down on the street. Iggy sluit af met een speciaal cadeautje voor het Melbourne publiek: een cover van ‘Red Right Hand’  van fellow Melburnian Nick Cave. Als na het enorme applaus de zaal langzaam leegloopt, herinnert Tris me aan de rode beker. Je kunt niet met mij naar een concert gaan zonder na afloop op jacht te moeten gaan naar een religieus relikwie. Een uniek souvenir aan een leuke avond. Voor mij geen flesje wijwater uit Lourdes, nee, liever een setlist, een t-shirt met handtekening of een gebroken trommelstok uit een concertzaal. Een beker met de lipafdrukken van Iggy zou een wel heel bijzondere aanvulling zijn op die verzameling. Een relikwie à la Sint Veronica, maar dan met de lipafdrukken van Iggy in plaats van de gezichtsafsdruk van Jezus, om in de religieuze vergelijkingen te blijven. Uiteindelijk plukt diezelfde bewaker die mij eerder van het podium probeerde te weerhouden de beker voor mij onder het hek vandaan en drukt hem met een grote glimlach in mijn hand. Ik verstop het relikwie gauw in mijn tuinbroek. Je zou maar zo’n melaatse van het podium tegenkomen!

Iggy

Rechts de behulpzame beveiliger .

Tris loopt vast door naar ons hotel, maar ik kan het niet laten om buiten nog even op Iggy te wachten en hem uit te zwaaien. Zodra hij naar buiten komt roepen we ‘Happy Birthday!’ Terwijl zijn vrouw Nina Alu, die de hele avond onophoudelijk in de coulissen heeft staan heupwiegen en glimlachen, in de auto op hem zit te wachten neemt Iggy alle tijd voor zijn fans. Ik bedenk me dat Iggy zich sinds begin jaren negentig een Jezus kapsel heeft aangemeten. Maar ik weet ook meteen heel erg zeker dat dat puur toeval is. Want Iggy Pop is geen megalomane eikel die zich messiaanse kwaliteiten laat aanleunen, zoals sommige andere rockgoden. Hij is gewoon de lieve, intelligente, levenslustige en levenswijze James Osterberg uit Michigan die de act van punk rocker tot kunstvorm heeft verheven. Aanbiddende en wilde fans zijn onmisbare attributen bij die act. En om in Iggy’s jargon dat daarbij hoort te spreken: Thanks for a Fucking Awesome Night, you gorgeous Motherfucker!

* The Chats spelen de komende maanden in Nederland: Op Lowlands en in ParadisoVera en Tivoli. Go check them out! Deze jongens nemen met lekkere droge humor Aussie Cultcha op de hak en al zal veel daarvan over Hollandse hoofden heengaan, hun vrolijke punk is ook zonder die boodschap de moeite waard.

Spijkerpoepen

Pip had haar kinderfeestje. Het moest een Unicorn-party worden. De voorbereidingen voor zo’n partijtje beginnen in huize Raulings-Janssen weken van tevoren. Uitnodigingen worden geschreven, taarten gebakken, versieringen gemaakt, outfits en spelletjes bedacht. Pippa wilde Pass the Parcel, een spelletje dat op élk Australisch kinderfeestje wordt gedaan. Ik zinde daarnaast nog op een Hollands randje aan deze Australische party. Het was even zoeken.spijkerpoepen-spelactief

Koekhappen? Die peperkoek, dat was wel echt Hollands. Maar het spel in kwestie doen ze hier ook, met een snoepje, een appel of een donut. Ezeltje prik dan? Kennen ze ook. Stoelendans? Hier net zo populair. Na enig niet al te wetenschappelijk onderzoek in mijn directe omgeving was het antwoord: ‘Spijkerpoepen!’ Geen enkele keer wanneer ik dit spel de afgelopen tijd hier uitlegde, kreeg ik een blik van herkenning. Wel meerdere keren een uitroep van enthousiasme. Vooral mijn zwager Joe zag het helemaal zitten. Hij besloot dat ik er een missie van moest maken dit spel de Australische cultuur binnen te smokkelen. En die missie zou ik beginnen op Pippa’s Unicorn Party.

Ik ben inmiddels genoeg geïntegreerd in de Australische maatschappij om me te realiseren dat het met touwtjes vastbinden van spijkers aan hun kostbaarste bezit meer dan één ouder hier een lichte paniekaanval zou bezorgen. Dus voel ik mij reuze-tolerant en assimilerend bezig wanneer ik in plaats van spijkers, gummibeertjes aan roze draadjes wol zit te binden. Gummibeertjes poepende unicorns vind ik eigenlijk ook wel wat zoeter dan spijkerpoepende eenhoorns. Nu nog wat lege bierflesjes. Weken gaat elk leeg bierflesje in plaats van in de recyclebak onder een kleed onder de keukentafel.

Maar dan gooit Tris op het laatste moment roet in het eten. Die bierflesjes blijken de bottleneck. Op de avond voor het feest zegt hij: ‘Dat vind ik geen goed idee, dat twintig zesjarigen squats gaan zitten doen boven een glazen fles.’ Ik zucht. Maar daar waar ik een jaar geleden misschien nog van frustratie over zoveel truttige Australische overbescherming een hoge bloeddruk had gekregen, mopper ik nu nog wat voor de vorm. Ik weet namelijk al uit ervaring dat dit een verloren zaak is. En het is te laat om nog een plastic variant te regelen. ‘Dan doe ik het wel met de volwassenen!’, zeg ik bozig. Ik laat me mijn spijkerpoep-momentje niet zomaar afnemen. Bovendien heb ik niet voor niets al die gummiberen aan wollen touwtjes zitten priegelen.

 

Zo geschiedt. Pippa’s vriendjes doen aan koekhappen, pass the parcel en eenhoorntje prik. Als de geplande spelletjes van het feest zijn gedaan en alle kids op de trampoline springen of spetteren onder de eenhoorn-sprinkler, grijp ik mijn kans. Mijn schoonfamilie en een aantal ouders zitten in een halve cirkel van stoelen in de zon te kletsen. ‘Are you ready for some spijkerpoepen?’ vraag ik mijn zwager Joe, terwijl ik uitnodigend een leeg bierflesje en een standrechtelijk geëxecuteerde gummibeer voor zijn neus houd. Joe staat meteen op en bindt met niet ingehouden enthousiasme een gummibeer om zijn middel.

Het overige gezelschap heeft nog geen idee wat dat is, spijkerpoepen. Een demonstratie is gewenst. Ik plaats dus het lege bierflesje voor me op de grond en bind het wollen draadje met de gummibeer om mijn middel. Daarbij realiseer ik me dat ik bij het kiezen van mij outfit niet aan spijkerpoepen heb gedacht. Ik draag mijn grijze cirkelrok, tot aan de enkels, zo eentje die, als je heel hard rondjes om je as draait, in een grote platte pannenkoek verandert. Met twee handen trek ik de overdaad aan stof tussen mijn benen door naar voren waardoor een enorme bal van grijze stof ontstaat die ik nu met mijn bovenbenen in de houtgreep neem. Bovenbenen die nu meer iets dragen dat het midden houdt tussen een grijze drollenvanger en een haastig in elkaar geflanste bermuda. De aanblik hiervan resulteert in de eerste uitroep van gespeelde afschuw bij mijn schoonmoeder. Dan is het spijkerpoepen nog niet begonnen.

Ik positioneer mijzelf boven de bierfles en leg uit hoe het gummibeertje door strategische hurk- en draaibewegingen precies in de hals van het flesje moet terechtkomen. Het beertje zwaait nu vervaarlijk heen en weer aan het roze touwtje dat achterlangs mijn billen naar beneden hangt. Met een beetje zakken en squatten en de juiste heupbewegingen heb ik de gummibeer binnen een seconde of 10 waar ie wezen moet. Mijn schoonmoeder slaakt een tweede- deze keer iets minder gespeelde- kreet van afschuw. ‘Dat is wel officieel het meest afzichtelijke dat ik ooit in mijn leven heb gezien!’ En zo kwam het dat ik op het verjaardagsfeestje van mijn zesjarige dochter werd onterfd.

7313_spijkerpoepen2

Toch blijkt er een harde kern van deelnemers op het feestje voor wie het spijkerpoepen een ware openbaring is. Het is work out, coördinatiespel, competitie én ongecompliceerde lol met een kinderlijk ondeugend randje in één. Kortom: het perfecte spelletje voor de traditionele Aussie male. Misschien niet zozeer voor de female. Al moet je met generaliseren altijd oppassen. Laat ik zeggen de ‘Bayside-female’. Want terwijl ik dit zit te tikken op het dakterras van Naked for Satan, in de progressieve, arty wijk Fitzroy, kan ik hier zo een flinke club meiden optrommelen die maar wat graag een wedstrijdje met me zou willen doen.

Ik heb mijn rol als de cultureel ambassadeur van Nederland in Bayside weer uiterst serieus genomen. Rembrandt, grachtenpandjes, klompen. Doe Maar, tulpen, moeders op bakfietsen. Ze kennen het hier allemaal. Maar de introductie van het spijkerpoepen heeft bij menig Australiër de liefde voor de rijke Nederlandse cultuur nog eens extra aangewakkerd. Nou ja, behalve bij mijn schoonmoeder dan. Maar bij haar kan ik wel een potje breken, om er maar eens een goeie Nederlandse uitdrukking in te gooien.

De goede fee

Jacinda1537547198384 (1)We rijden over de West Gate Bridge richting Melbourne, na een picknick bij Hanging Rock. Links van ons schreeuwt de stad. De ene wolkenkrabber nog hoger, glanzender en onnodiger dan de andere. Aan de horizon gloort de gele gloed van een smogdeken. Onze auto rijdt slaafs mee in de oneindige monotone stroom van de andere blikken doosjes achter, voor en naast ons.

De kinderen slapen op de achterbank. Tris zucht zijn ‘what-the-fuck-is-going-on-with-the-world?!’- zucht. ‘Ik zeg het je!’ waarschuwt hij, half-schertsend, ‘we zijn onszelf aan het uitroeien als we zo doorgaan. De mensheid overleeft dit niet.’ En bij een rood stoplicht: ‘Over duizenden jaren is er een een nieuwe vorm van leven op de aarde en die gaat dan, net als met de dinosaurussen, uitzoeken hoe wij verdwenen zijn. En dan zeggen de ouders van die nieuwe levensvorm tegen hun kinderen: “Ooit woonden er ménsen op deze planeet. En die ménsen creëerden een monster. En dat monster heette Economy en was onzichtbaar en heel gevaarlijk. En uiteindelijk heeft dat monster álle mensen doodgemaakt!”’

Ik lach. We moeten toch blijven lachen, zo vlak voor de zondvloed? En ik probeer een vrolijke kwinkslag aan zijn sprookje te geven: ‘Maar er was één eilandje op die planeet waar de mensen wél bleven leven. Want op dat eilandje woonde de goede fee Jacinda. En met haar toverstaf verspreidde ze glittertjes geluk en die zorgden ervoor dat het Monster Economy op haar eiland een líef, klein monstertje bleef.’

Dan zijn we stil. Het was half-grappig bedoeld. Maar het is 17 maart en sinds 15 maart is even niets meer grappig. De aanslag in Christchurch leeft in ieders hoofd. Dat deze aanslag juíst in Nieuw-Zeeland, het land van premier Jacinda Ardern (38) is gebeurd, maakt de schok misschien nog wel groter. Dat kleine land van vriendelijke mensen, waar ‘easy going’ nog echt bestaat, waar ‘er voor elkaar zijn’ eerder regel is dan uitzondering. Dat land met een leider die pleit voor ‘an economics of kindness. In haar toespraak direct na de aanslag zei Ardern dat haar land staat voor diversiteit, vriendelijkheid en compassie. ‘Die waarden laten wij niet wijken door deze aanslag.’ En op de dag van ons bezoekje naar Hanging Rock kondigt ze al aan per direct paal en perk te stellen aan het wapenbezit in Nieuw-Zeeland. Empathisch én daadkrachtig.

ardern-gayford-neve-UN-reuters-1120Ook mijn Australische schoonfamilie volgt premier Ardern vol bewondering. Ze was 37 toen ze op 26 October 2017 aantrad. Nog geen jaar later schonk ze het leven aan haar eerste kind, dochter Neve Te Ahora. Zoals de halve wereld vond ook mijn schoonfamilie het prachtig dat Ardern in september 2018 haar baby meenam naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York. Ze gaf nog borstvoeding en kent haar prioriteiten. Haar man, die thuis ook de meeste zorg draagt voor hun kind, was ook van de partij. Ardern wordt wel de anti-Trump genoemd; progressief en begaan met het klimaat, sociale ongelijkheid, armoede en toekomstperspectieven voor de jeugd. Ze is voorstander van abortus en het homohuwelijk en heeft voor 2020 een referendum over de legalisering van cannabis aangekondigd. Ook wil ze meer vluchtelingen in Nieuw-Zeeland toelaten.

Veel Australiërs zijn stiekem een beetje jaloers op die coole premier van onze buren. Want voor al die progressieve Australiërs – en dat zijn er vooral in de grote steden veel- is het pijnlijk te zien hoe de regering er hier op veel van bovenstaande punten een gigantisch potje van maakt. (Dus hé Jacinda, goede fee, tover je buren ook eens zo’n premier!)

Dat Ardern ook in tijden van grote crisis overeind weet te blijven, of eigenlijk, nog sterker wordt, heeft ze rondom de aanslag meer dan bewezen. Haar krachtigste wapen: empathie. Kort na de aanslag vond ze meteen de juiste woorden met haar ‘They are us’ uitspraak, doelend op de slachtoffers van de aanslag, veelal immigrant. En een paar dagen later zei ze in het parlement dat ze de naam van de dader van de aanslag nooit zou uitspreken. Ze moedigde anderen aan haar voorbeeld te volgen: ‘geen naam, geen faam’. In plaats daarvan vroeg ze mensen de namen van de slachtoffers te blijven noemen.

Jacinda Ardern Barack Obama Visits New Zealand CDQs2M7sfOwl

Nog even en dan is misschien ook deze aanslag er één in het rijtje van vele geworden. Wat ik hoop is dat als de media-aandacht rondom Christchurch is verstomd, de aandacht voor Jacinda Ardern ook in het buitenland blijft bestaan. Niet alleen is zij een lot uit de loterij voor Nieuw-Zeeland. Ze is ook een voorbeeld voor regeringsleiders wereldwijd. Ze is daadkrachtig, empathisch én stelt het welzijn van mensen als graadmeter voor succes, niet de groei van de economie. En dat is nu precies wat we nodig hebben om het nog een hele tijd een beetje gezellig te hebben op deze planeet.

Het buurmeisje, de nicht en de held

En zo gebeurde het dat ik binnen een maand tijd twee vrouwen kon omhelzen die ik in Nederland al in geen jaren meer had gezien. Het bijzondere van het geval was, dat als ik niet naar de andere kant van de wereld was verhuisd, dit nooit had plaatsgevonden. Zeker niet op dat moment.

In januari zag ik na meer dan twintig jaar mijn oude buurmeisje en oppas Kitty weer terug. En in februari heb ik hier in Brighton tot middernacht zitten kletsen met mijn nicht Marie-Claire, die ik al ruim zeven jaar niet meer had gezien. Voor beide reünies mag ik mijn zus Mijke bedanken. Eind 2018 krijgt ze in Nederland een nieuwe collega en van zijn naam kunnen er geen twee zijn: die Lex F. móet wel onze oude buurjongen uit Huissen zijn! En jawel, hoor. Enig gegoogel leert Mijk dat zijn zus Kitty alweer 8 jaar in Nieuw-Zeeland woont. Via haar nieuwe collega Lex zorgt ze dat ze aan Kitty’s contactgegevens komt.

En zo krijg ik begin januari een enthousiast bericht van Kitty. Ze blijkt nét op dat moment, voor het éérst sinds ze in Nieuw-Zeeland woont, in Australië te zijn. De timing had niet beter gekund. Kitty is maar even in Melbourne, maar deze kans om elkaar weer te zien kunnen we niet laten schieten. Even lijkt het er zelfs op dat we een grote reünie kunnen hebben met mijn ouders erbij, die ook net op dat moment bij ons op bezoek zijn. Maar logistiek redt Kitty dat allemaal niet meer in de korte tijd die ze heeft. Dus spreken wij, Kitty en ik met de kids, om half 4 af in de Ian Potter Foundation Children’s Garden van de Botanische Tuinen.

Het is een hete dag. Als Kitty het hek doorloopt, herken ik haar meteen. Ik heb ook nog een heldere stemherinnering van haar. Zodra ze begint te praten, blijkt die herinnering te kloppen. We hebben maar een paar uurtjes tijd. Kostbare uurtjes. Kletsen over vroeger in de Landslag in Huissen en over onze emigratie. Letterlijk naast elkaar opgegroeid. En nu op een bepaalde manier onverwacht weer buren geworden, al is 1 eiland verder net iets langer reizen dan één huisdeur verder.

Twee kletsende dames is het summum van saai als je 4 en 6 bent, het veel te warm hebt en ook nog eens hongerig bent. Dus ik probeer Pip en Midas zoet te houden met lolly’s want alle snacks zijn inmiddels op. We wandelen door de tuinen en tijdens het delen van flarden uit ons leven realiseer ik mij opeens: dit is de eerste keer dat wij praten als twee vróuwen. Eerst was er het meisje Kitty en de baby Lieke, toen was er de puber Kitty en het meisje Lieke, toen was er de studente Kitty en de tiener Lieke. Altijd had ik bewonderend opgekeken naar die oudere, wijzere Kitty, ook toen ik als tiener al, met mijn 1.80 meter, boven haar uittorende. Ooit als tiener, toen ze in Breda op bezoek kwam, had ik mijn best gedaan om nét zo volwassen te lijken als zij. Ik zie ons nog ergens in een café staan. Ik wilde stoer een wijntje of een biertje bestellen voor ons, zo alsof ik dat elke week wel deed. Kitty bestelde een ‘bessenjenever’ (heel Huissens). Lichte paniek bij mij omdat ik dacht dat ze dat in Breda misschien niet zouden hebben. Tuurlijk hadden ze het wel. En in mijn tienerbeleving leverde ik daar ter plekke met mijn gestuntel hét bewijs dat ik écht nog geen idee had van de wereld van de volwassenen.

Maar hier in Melbourne dus, zitten we nu als twee vróuwen te kletsen. Allebei een man en een mooi gezin, allebei al een carrière van jaren achter de rug, allebei zoveel plannen voor de toekomst, allebei op ons 41e naar de andere kant van de wereld geëmigreerd. Pippa en Midas houden zich kranig in de hitte en grijpen af en toe ook hun momentje verdiende aandacht. Pip kan niet wachten Kitty de kikkervisjes in de vijver in de kindertuin te laten zien. En daar zitten ze even later met zijn drietjes, Kitty, Midas en Pippa, op de rand van het vijvertje, met de blote voeten in het water, in het Nederlands te babbelen over de kikkervisjes die langs hun enkels zwemmen. De zon maakt gouden strepen in hun haar. Het kroost dat op de vijver drijft, lijkt die middag groener dan anders. Opeens raak ik ontroerd door dat plaatje. En ik wens dat we nog veel langer hadden om te praten.

Op Facebook ontdekt mijn zus rond die tijd dat onze nicht Marie-Claire op vrijdag 22 februari zal optreden in The Forum in Melbourne. Marie-Claire woont, na jaren New York, alweer een jaar of tien in Duitsland. Ze treedt nog regelmatig op onder haar artiestennaam Amber. Als Amber had ze in de jaren negentig hits als This is your night en Sexual (li da di). En aangezien de jaren negentig nu minstens zo cool retro zijn als de jaren tachtig, tourt ze nu samen met ‘I think we’re alone now’ Tiffany als support act van Bananarama door Australië. Op 5 januari appt Mijk: ‘Ooooo Liek, dat was leuk geweest als we samen met Kyk (mijn jongste zusje) hadden kunnen gaan… maar jij kan :-)!’ Dat kan ik me inderdaad helemaal voorstellen, de drie zussen lekker los op eighties en nineties hits. Maar even lekker bijkletsen met mijn grote nicht die ik in Nederland ook véél te weinig zag, lijkt me ook geweldig. Twee dagen later stuur ik haar een mail. Ze reageert meteen en binnen de kortste keren heeft ze geregeld dat Tris en ik naar haar optreden kunnen. We spreken af dat zodra ze in Australië is en meer over haar programma bekend is, we een echte date zullen plannen.

En zo haal ik haar dan de dag voor haar optreden met de kids in de bakfiets op van station Middle Brighton. Ook Marie-Claire herken ik meteen, zonnebril op en de haren strak naar achteren. Over Church Street lopen we naar ons appartement. Kletsen: non-stop. We zitten in onze tuin, we wandelen over het strand, we hangen rond bij de Brighton Bathing Boxes, we eten lasagne aan de grote tafel en al die tijd tetteren de twee nichten elkaar de oren van de kop, waarbij Marie-Claire, die het grootste deel van haar leven in Duitsland woonde, vaak Nederlandse woorden gebruikt die voor mij een komische reis naar het verleden zijn: woorden als ‘del’ en ‘nuilen’ en ‘mafkezen’. Ze is ook een geweldige verhalenverteller. Hilarisch hoogtepunt: het verhaal over het reisje van haar en haar broer Boudewijn naar het Heino Hotel, voor zijn 50e verjaardag. De échte Heino was die dagen overal waar zij waren: in de hotelkamer, in de ontbijtzaal, optredend op het dorpsplein, nog net niet op de WC. Een Heino-overload! Het lijkt wel of ik erbij ben als ze het allemaal vertelt. Op mijn verlanglijstje staat het nu zeker: een bezoek aan het Historisches Kurhaus in Bad Münstereifel!

Pip en Midas vinden het fantastisch, zo’n nieuwe vriendin, en doen er begrijpelijkerwijs alles aan om ook háár aandacht te krijgen. Tussen het getetter van de twee nichten door lukt dat ze aardig en wordt Marie-Claire respectievelijk als klimrek en testpubliek voor nieuwe vieze woorden (categorie poep -en-plas-en-scheet) gebruikt. Pas na negenen liggen ze in bed. Als Marie-Claire ze nog even welterusten komt zeggen krijgt ze van allebei een hele dikke lange knuffel. Midas zegt: ‘Ik wil dat Marie-Claire morgen weer komt!’

De volgende avond zijn Tris en ik in The Forum. De nuchtere Marie-Claire, de avond ervoor nog in sandalen en spijkerbroek en met vluchtig in de nek samengebonden paardenstaartje, is als Amber op het podium een diva met een enorme bos krullen en hakken waarvan ik bij het aanzien ervan al kramp in mijn kuiten krijg. ‘Tonight is a very special night!’ roept Amber naar het publiek.  ‘Because tonight I have my cousin Lieke in the audience. I haven’t seen her for years. I’m so glad she can be here tonight with her Australian man! Now can you say: “Hello Lieke?” En de zaal roept in koor: ‘Hello Lieke!’

Dan begint Amber haar optreden. Ik zing natuurlijk flink mee met This is your night, dat nummer uit mijn studententijd in Rotterdam. Naast mij staat een man die steeds keihard verzoekummertjes roept. En als Amber het nummer Sexual inzet gaat er een gejuich op uit de zaal. Ik wist wel dat mijn nicht grote hits heeft gehad. Maar dat ze anno 2019 in Australië nog zo bekend is, daar had ik geen idee van.

P1020800

Backstage met Amber en Tiffany

De volgende dag rijden Tris en ik naar The Melbourne Zoo. Mijn grote muzikale held Rufus Wainwright treedt daar op. Eigenlijk past Rufus wel in het rijtje van Kitty en Marie-Claire, want ook hem heb ik alweer een jaar of twaalf geleden voor het laatst live gezien. Als een groupie volgde ik hem jaren van stad naar stad. Zijn albums Want I en Want II draaide ik op repeat in de week in Barcelona waarin ik Tris ontmoette. Zijn muziek heeft een grote hitnotering in de soundtrack van ons eerste jaar samen. In de auto draai ik vast wat van zijn nummers om in de stemming te komen. Maar in mijn hoofd zit een ander deuntje dat ik er niet meer uit krijg. En voor we het weten, zingen Tris en ik de rest van de rit uit volle borst de hit van Amber:


The way I feel is sexual!!!
It can’t just be intellectual!!!

We zijn, zoals is te verwachten van een echte groupie, onder de eersten die staan te wachten bij de ingang. Rufus doet al een soundcheck. Zijn stem galmt over de parkeerplaats maar zien doen we nog niets. Ik ben als een kind dat naar de dierentuin gaat en dat, terwijl het in de rij staat te wachten op zijn kaartje, al een olifant hoort schreeuwen. Datzelfde gevoel van opwinding en lekkere spanning en ongeduld.


Door de tassencontrole naar binnen.
Met picknickkleedje, kaas, crackers en rode wijn bijna vooraan bij het podium gaan zitten.
Binnen een half uur zitten we in een kleurige zee van picknickkleedjes.
Het voorprogramma van Mojo Juju is geëngageerd. De thema’s zijn zwart maar de toon is humoristisch en optimistisch. Zodra Mojo het podium verlaat is daar weer die lekkere spanning van het wachten op die muzikale held. Op muziek die daar, op dat moment, iets verandert in jou. Muziek die niet gewoon ‘leuk’ is, of ‘mooi’, maar die iets binnen in je raakt waardoor je volledig in dát moment kunt zijn. En dat gebeurt die avond. Rufus herinnert me er tijdens zijn concert in al zijn flamboyante integriteit (dat klinkt tegenstrijdig maar dat is precies wat ik bedoel) weer precies aan waarom ik hem zo
gruwelijk
geweldig
goed
vind.

Een reünie met het buurmeisje, de nicht en de muzikale held.

Een mooie hattrick. En de derde maand van 2019 was nog niet eens begonnen.

Zeven pieten

Aan het ontbijt vertelt Midas dat hij maar niet in slaap kon komen vannacht: ‘De pieten where making too much noise!’ In detail vertelt hij wat die pieten die nacht hebben gezegd: ‘They said: “Let’s make a mess!” En ook: “Let’s play with the Lego and pack it up again!” Het is Midas blijkbaar niet ontgaan dat zijn legoblokjes, in tegenstelling tot ander speelgoed en boeken en dvd’s, níet over de grond verspreid liggen. Want Pip en Midas hebben die ochtend beneden het huis in een gigantische puinhoop aangetroffen (meer nog dan normaal gesproken bedoel ik dan). Rommelpiet heeft weer eens huisgehouden, dit jaar met een aantal pieten-in-opleiding.

Pippa heeft met een mengeling van opwinding en jaloezie naar Midas verhalen zitten luisteren. Dat maakt Midas overmoedig. Hij doet er nog een schepje bovenop: ‘En toen ben ik mídden in de nacht naar beneden gegaan en heb ik de pieten gezien!’ De uitdrukking op Pippa’s gezicht verandert voor mijn ogen van opwinding in ongeloof: ‘Nou, dát geloof ik dus niet! Je durfde vanochtend niet eens zonder mij naar je schoen te gaan kijken. Dan durf je écht niet in het donker in je eentje naar beneden te gaan, hoor!’ Ja, voor een logische redenering of praktische verklaring kun je altijd bij Pippa terecht.DSC01903Begin november had ik er een hard hoofd in dat de Sinterklaas-stemming in 2018 zou gaan heersen in huize Raulings-Janssen. Geen vriendjes en vriendinnetjes om elkaar gek te maken, geen versierde etalages, geen sinterklaasliedjes in de warenhuizen, geen pieten-knutselwerkjes op school en Kindy. Mijn zorgen bleken weer eens ongegrond. Ik had het Geloof van Pippa en Midas onderschat. Net als vorig jaar zaten ze er na één aflevering van het Sinterklaas Journaal weer he-le-maal in.

Ze maken er deze Sinterklaastijd een sport van aan elke Australiër uit te leggen wie Sinterklaas is. ‘No, it’s not Santa Claus! Sinterkláás! He’s a different man but they are good friends because they both have white beards.’ Het verhaal over ‘The Helpers’ is al net zo verwarrend voor een Australiër. ‘Ah, did the Elfs put something in your shoe?’ zegt een buurvrouw. ‘Nooo, it’s not the elfs! They are Piets!’ Op een middag wil Pippa haar beste vriendin Evie B. (niet te verwarren met Evie J., Evie D., Evie C. en Big Evie) graag laten zien wie die bijzondere meneer met witte baard wel is. De intocht van Sinterklaas in Zaanstad moet Pippa’s vriendin inzicht verschaffen in de Nederlandse folklore rondom de bisschop van Myra. Terwijl ze op de computer Dieuwertje Blok zien babbelen, geef ik ze wat pepernoten in een bakje. Dat heeft Evie nog nooit gezien. Ze steekt er een paar tegelijk in haar mond en terwijl haar bakje nog halfvol is vraagt ze: ‘Can I have some more lollies when I have finished these?’ Of dat met de smaak van de pepernoten te maken heeft is discutabel want Evie heeft altijd honger. Ze is een grote, stevige meid met een heerlijk brutaal gezicht. Haar rode bolle wangen maken halve maantjes van haar ogen en haar paardenstaart heeft precies dezelfde kleur als die van Pippa. Als ze bij ons thuis komt, trekt ze gerust de koelkast open op zoek naar meer lekkers en regelmatig hoor ik haar tegen Pippa fluisteren: ‘Go ask your mum for some more lollies!MV5BZmZhYzFmMzktNDA4OC00MmQ0LWJjNDAtZTA2NWVkNGQ1NTE5XkEyXkFqcGdeQXVyNTk5ODg4NDA@._V1_De intocht blijkt onderhoudender voor Evie dan ik had gedacht. Alles in die vreemde taal en dan ook nog eens die mannetjes in gekke pakjes met vegen op hun gezicht. Na een kleine tien minuten wordt ze toch wat ongeduldig: ‘Now whére is that special man? I can’t see him!’ Dan eindelijk verschijnt Sint naast hoofdpiet in de stuurhut van de stoomboot. ‘That’s him!’ roept Pip en ze struikelt over haar woorden als ze probeert uit te leggen over welke fantastische kwaliteiten deze man allemaal beschikt. Als Pip vertelt dat je een brief in je schoen kan doen waarin je schrijft wat je allemaal wilt hebben en dat je dat dan misschien ook wel krijgt, springt Evie op en met vuur in haar ogen zoekt ze om haar heen: “I need a pen, I need a pen, have you got a pen, Pippa’s mum?´ Want er moet een brief geschreven worden aan Sinterklaas, en wel nu! Want als er cadeaus in het spel zijn… Maar Pip haalt haar meteen uit de droom. Ze zegt dat Sinterklaas alleen maar voor ‘Dutch children’ is. ‘And he can only read Dutch and you can’t write Dutch!’ De ontluistering is gelukkig niet heel groot met de Kerstman om de hoek.

Dat Sint en de pieten alleen Nederlands kunnen is Pippa’s vaste overtuiging. En daarmee heeft ze voor haar en Midas een probleem gecreëerd. Er zijn zorgen dat ze niet naar de pieten kunnen communiceren wat hun wensen zijn. Mij komt dit goed uit want Midas ziet zich nu gedwongen meer Nederlands te praten, iets wat hem meer moeite kost dan Pippa, die in Australië arriveerde met een veel steviger basis van haar moedertaal. Nu zit hij in de open haard te roepen:

‘Piet! Ik wil een autootje met…’

‘Mama, wat is remote control in Dutch?’

‘Afstandsbediening.’

‘Oh ja, absadiening. Piet! Ik wil een autootje met absadiening met een poppetje met een..’

‘Mama, what is helmet in Dutch?’

‘Helm.’

‘Oh ja, helm. Piet! ik wil een autootje met absadiening met een poppetje met een helm op… Alsjeblieft!’

Dat Nederlands van hem komt wel weer. Voor nu ben ik de Pieten dankbaar voor hun hulp bij mijn taalonderwijspogingen.

Bij Pip gaan de zorgen vooral om het schrijven en lezen. Nederlands praten doet ze perfect, maar schrijven en lezen doet ze in Engels. Dus met onze hulp schrijft ze Nederlandse briefjes voor de pieten. Op een avond zet ze in haar slaapkamer stiekem (ze heeft namelijk al twee avonden ervoor haar schoentje gezet en mama denkt dat de pieten wel even rust hebben verdiend) haar schoentje met een brief erin: ‘Ik hoop dat you wille echt oorbellen.’ In de ochtend is de brief verdwenen. Maar in Pips schoen zit alleen een chocoladekikker. You can’t always get what you want. En zo is die hele Sinterklaastijd een milde miniversie van het echte leven, inclusief teleurstellingen, euforie, opwinding, spanning, boosheid en plezier.

In de boekjes met Sinterklaas-liedjes wijst Pip dit jaar terwijl we zingen ijverig mee met de Nederlandse woorden. Zo maakt ze nu al de linken tussen woordbeeld en klanken, die zo anders zijn dan in het Engels. En Midas zingt ondertussen de hele dag zijn favoriete Sinterklaasliedje:

‘Sinterklaas Kapoentje

Put some in my schoentje

Put some in my laarsje

Dank u, Sinterklaasje!’

Pip zingt ook regelmatig zelfbedachte Sint-liedjes, zoals: ‘Lieve Sinterklaas, kom je please bij mij langs? En krijg ik dan een cadeau? Dan denk ik zooohooo! But if you don’t, I’ll be cross and I won’t give you one!’ Daarna een stilte…Vanaf de gang hoor ik haar denken. Sinterklaas een beetje bedreigen? Dat is niet helemaal kosher, toch? Dan hoor ik haar hard roepen, richting plafond: ‘Si-hìììnt! It’s just a song! I am just making it up, it’s not real, Sint!’ Tja, je moet natuurlijk niet je eigen glazen gaan ingooien zo vlak voor pakjesavond.

Ook het bezoek van Sint aan de Abel Tasman Dutch Club de dag vóór onze pakjesochtend is weer een groot succes. Vanwege de vertraagde levering van pepernoten en chocoladeletters heeft de organisatie het feest en paar weken moeten uitstellen (dit is echt waar, geen Sinterklaas-journaal-verhaallijn) Maar op 1 december is hij daar dan eindelijk toch, met een hele club pieten, waaronder Hoofd Piet, Dans Piet, Insta-Piet , Coole Piet en Offline Piet. Pip en Midas krijgen een cadeautje en een chocoladeletter en Tris en ik geven onszelf La Trappe, Bavaria en Heineken bier cadeau en een broodje kroket en een frikadel speciaal.

De volgende dag zal, als de pieten hun werk goed doen, ‘The Big Day’ zijn (zoals Pippa pakjesavond heeft omgedoopt.) Normaal gesproken zouden Pip en Midas na zo’n intensieve dag als in de Abel Tasman Dutch Club als een blok in slaap vallen. Vanavond niet. Verhaaltjes, liedjes, samen liggen, niets helpt. Weer even naar beneden dan maar. Knuffelen. Televisie. En dan weer proberen. Pip begint te huilen: ‘Ik ben zo bang dat ze niet kóóóómen! Want ze komen alleen als de kinderen slapen maar wat nu als ik écht niet kan slapen?’ Dan, eindelijk, wint de vermoeidheid het toch van de spanning en de zorgen en zakken beiden weg in een hele diepe slaap. Nu kunnen de pieten eindelijk aan hun belangrijke taak beginnen.45246277865_dadcc53817_kOm zes uur staan die twee al aan ons bed te trappelen. We moeten heel gauw komen kijken want er staan twee héle grote zakken vol cadeaus beneden! Het wordt een memorabele pakjesochtend. Het hoogtepunt voor Pippa zijn roze rolschaatsen met glitters en voor Midas ‘het autootje met de absadiening met het mannetje met helmpje op’. Als het feest voorbij is en Pip en Midas al een paar uur zoet zijn geweest met spelen met hun nieuwe speelgoed, vinden we onverwacht op de antieke kast nóg een mini-pietenzakje met een gedicht erin. Via het gedicht worden we op een speurtocht door het huis en de voortuin geleid. Dan sturen de pieten ons via een laatste aanwijzing in de brievenbus naar onze achtertuin. Pip en Midas duwen tegelijk de tuindeur open en schreeuwen het net zo tegelijk uit als ze daar een ENORME trampoline zien staan. Ze klimmen er meteen op en roepen springend zo hard ze kunnen: ‘Dank je wel lieve pieten! Dank je wel!’

‘Mogen we hem echt houden?’, vraagt Pip.

‘Ja.’

‘Willen de pieten hem dan niet terug hebben?’

‘Nee, het is toch een cadeau? Een cadeau mag je houden.’

‘Forever and ever and EVER?!’

‘Voor altijd.’

‘Joepieieieieie!’

Pippa kan het niet bevatten: ‘Het is net alsof ik in een droom ben,’ zegt ze. Ik snap haar helemaal. En ben ontroerd door de puurheid van haar kindergeluk.

Al drie dagen speculeren we nu hoe die pieten dat toch in vredesnaam geflikt hebben? Zo’n loei van een trampoline in de tuin krijgen zonder dat we maar iets hebben gehoord of gezien! Helikopters zijn al ter sprake gekomen, illegale klimacties via de tuin van buurvrouw Georgia, spelletjes overgooien, acrobatiek, tovenarij. Eén ding weten we zeker: het waren zéven pieten. Want er zitten zeven palen aan de trampoline. Ja, voor een logische redenering of praktische verklaring kun je altijd bij die kids van ons terecht.